"Exploring the future of work & the freelance economy"

Onderzoek: steeds meer uitzendbureaus aan de slag met omstreden A1-verloning

Meer uitzendbureaus die Oost-Europese arbeidsmigranten bemiddelen, werken met A1-constructies om te concurreren op tarieven. Dat blijkt uit onderzoek van ABN Amro. Zo’n constructie is legaal, maar omstreden binnen de branche.

De werkloosheid neemt toe door de coronacrisis, maar er zijn nog steeds bedrijfstakken waar juist een tekort is aan arbeidskrachten. Tegelijkertijd is het minder aantrekkelijk voor Oost-Europese arbeidsmigranten om in Nederland te werken. Om aantrekkelijker te zijn voor zowel de werkenden uit Oost-Europa als werkgevers in Nederland, gaan steeds meer uitzendbureaus aan de slag met A1-verloning.

Dat blijkt uit een nieuwe rapportage van ABN Amro. Volgens Sector Banker Zakelijke Dienstverlening Han Mesters kijken uitzendbureaus die gespecialiseerd zijn in het bemiddelen van Oost-Europese arbeidsmigranten alweer vooruit naar een toenemende vraag naar tijdelijk personeel als de conjunctuur herstelt.

Ook in crisistijd behoefte aan arbeidsmigranten

Bovendien is er ook op dit moment nog steeds behoefte aan laagbetaalde arbeidskrachten in de bouw, landbouw, logistiek en industrie.

Voor het uitbreken van de coronapandemie werden zo’n 250.000 banen ingevuld door Oost-Europese arbeidsmigranten en dat aantal steeg ieder jaar. Deze arbeiders worden vooral ingeschakeld via uitzendbureaus. Ze werken bijvoorbeeld vaak in de land- en tuinbouw, metaalindustrie en distributiecentra.

Nederland wordt minder aantrekkelijk

Maar ABN Amro verwacht dat er op middellange termijn minder Oost-Europeanen in Nederland willen werken. De lonen stijgen namelijk in landen zoals Polen en huisvestiging is een probleem in Nederland.

Verder vrezen uitzendbedrijven dat Nederland minder aantrekkelijk is door de  invoering van de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) op 1 januari. Die wet maakt uitzendkrachten bij benadering vijf tot zes procent duurder voor het uitzendbureau.

Concurreren op prijs

Om toch op prijs te concurreren, onderzoeken uitzendbureaus hoe ze actief kunnen worden in A1-verloning. Door een Oost-Europees bedrijf (dat zelf geen uitzendbureau is) over te nemen, kunnen uitzendbureaus door middel van A1-verloning tijdelijke arbeidskrachten uit landen buiten de Europese Economische Ruimte (bijvoorbeeld Oekraïners, Turken, Georgiërs, Oezbeken) laten werken in Nederland.

Een A1 is een formulier dat bewijst dat de buitenlandse werknemer in zijn thuisland sociaal verzekerd is. Uitzendkrachten krijgen dan het minimumloon van het land waar zij werken (Nederland), maar het uitzendbureau is officieel een Oost-Europees bedrijf en betaalt dus sociale premies in Oost-Europa. Doordat de premies daar een stuk lager zijn dan in Nederland, is het inhuren van arbeidsmigranten goedkoper. Volgens ABN Amro kan het wel 3 euro per gewerkt uur per arbeidskracht schelen.

Omstreden binnen de branche

A1-verloning is wettelijk toegestaan, maar binnen de uitzendbranche omstreden. De Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU) is tegen A1-verloning, omdat dit oneerlijke concurrentie zou veroorzaken. “De kans op malafide constructies is groot”, schrijft beleidsadviseur Jeroen Voorveld van ABU in de rapportage. “De controle moet anders en beter, zodat de goeden niet lijden onder de slechten.”

De NBBU is in principe niet tegen A1-verloningsconstructies, maar wil wel dat er adequaat gehandhaafd wordt om foute constructies te voorkomen.

De ZiPredactie plaatst hier interviews en eigen artikelen. Daarnaast persberichten, aankondigingen of (met toestemming) overgenomen artikelen. (contact: info[AT]zipconomy.nl) Bekijk alle berichten van ZiPredactie