"Exploring the future of work & the freelance economy"

Twee denkfouten rond flex en werkloosheid

Patrick Hustinx neemt u mee door twee denkfouten in een artikel van een anonieme schrijver in het bulletin van de Nederlandsche Bank (DNB). In het artikel wordt kort gezegd de instroom in de WW afgezet tegen de WW-premie die voor tijdelijke contracten betaald wordt.

Flexwerk leidt vaker tot werkloosheid en de WW-premie voor flexcontracten en in het bijzonder uitzendcontracten is daarom te laag. Dit betoogde een anonieme schrijver in het bulletin van de Nederlandsche Bank (DNB). Het werd de opmaat voor een reeks artikelen en oproepen: flexibele arbeid moet duurder worden. Want flexibele contracten hebben een grotere kans op werkloosheid.

In het artikel wordt kort gezegd de instroom in de WW afgezet tegen de WW-premie die voor tijdelijke contracten betaald wordt. Het is verleidelijk om hierin een causaal verband te zien. Maar dat is te kort door de bocht. Ik neem u mee door twee denkfouten in het artikel.

Eerste denkfout

De eerste denkfout is dat het flexcontract de werkloosheid maakt. De auteur schrijft: “Uitzendwerk is meestal kortdurend, waardoor de kans op werkloosheid groter is. In 2018 was de kans op instroom in de WW ruim 12% voor uitzendkrachten en 1,5% voor werknemers met een vast contract”. Nogal wiedes. Als iemand een dienstverband krijgt voor drie maanden, is de kans groot dat deze persoon daarna – even – geen werk heeft. Maar dat wil toch echt niet zeggen dat dit dan ook de schuld is van het tijdelijke contract. De bepalende factor is hier toch echt de beschikbaarheid van werk. Als het werk tijdelijk van aard is, los je dat niet op met een contract voor onbepaalde tijd. Ook niet met het duurder maken van tijdelijk werk. Daardoor ontstaat echt geen nieuw of langduriger werk (eerder omgekeerd).

Tweede denkfout

De tweede denkfout is dat de werkgever verantwoordelijk gehouden moet worden voor werkloosheid.

Een voorbeeld. Stel, u bent een bakker en u heeft voor Kerst tijdelijk extra mensen nodig. U biedt iemand een contract aan voor vier weken. Na die vier weken houdt dat werk weer op. Heeft u dan als werkgever bijgedragen aan werkloosheid? Of heeft u juist bijgedragen aan werkgelegenheid, door iemand tijdelijk werk te bieden en daarmee de kans op een vaste baan elders dichterbij te brengen?

Kortom, het artikel in DNB bulletin is echt te simplistisch. Het onderwerp van het beprijzen van flexibele contracten verdient serieuzer onderzoek. Hoe dat onderzoek eruit moet zien? Daarover gaat mijn volgende column.

 

Patrick Hustinx, Senior beleidsadviseur Sociale Zekerheid

De ABU is de Algemene Bond Uitzendondernemingen. Op deze plek delen verschillende experts van de ABU hun kennis of mening. Bekijk alle berichten van ABU

3 reacties op dit bericht

  1. De kritiek op het DNB artikel is mijn inziens ook te simplistisch en het onderliggende probleem pakken we zo niet aan. Ik zou hier dan ook graag een derde denkfout aan willen toevoegen en een denkrichting willen voorstellen.

    Derde denkfout
    We denken de arbeidsmarkt te stimuleren door werkgevers(lasten) duurder te maken voor o.a. flexibele contract vormen. Door de lasten te verhogen verbeteren we de inkomenspositie van werkenden niet en is daarmee een verkapte belasting voor contractvormen die horen in een gezonde arbeidsmarkt. De bijbehorende kosten horen mijn inziens zoals ons zorgstelsel gebaseerd te zijn op solidariteit. Iedereen betaalt mee aan een gezond zorgstelsel en aan een gezonde arbeidsmarkt.

    Denkrichting
    We denken de arbeidsmarkt te kunnen sturen door werkgevers te straffen en belonen met subsidies en belastingen. Deze werkgeverslasten hebben nou juist geen causaal verband hebben met de inkomenspositie van werkenden. Beleid zou gericht moeten zijn op de zelfredzaamheid en keuzevrijheid van werkenden. Beloon arbeidsparticipatie, beloon flexibiliteit en beloon gedrag ten behoeve van een succesvolle loopbaan.

    Zo draagt beleid mijn inziens bij aan een arbeidsmarkt met hogere lusten en lagere lasten.

  2. Omdat de arbeidsmarkt geen echte markt is, de aanbieder van arbeid, de arbeider betaalt immers zijn nee-verkoop met het verlies van zijn levensonderhoud. De vrager van arbeid, de werkgever kan wel kiezen uit meerdere opties, hetgeen de “markt” zeer scheef maakt. De arbeidsmarkt kan alleen maar eerlijker worden als het levensonderhoud van de arbeider gegarandeerd is (door een onvoorwaardelijk basisinkomen). Pas dan staat de deur echt open voor arbeid, onafhankelijk van contract of iets dergelijks. Mensen kunnen dan ook werk dat zij echt van belang vinden voor laten gaan. Invoering van een onvoorwaardelijk basisinkomen op basis waarvan je jezelf in alle vrijheid jezelf kunt ontplooien zonder angst om brodeloos te worden.

    • Basisinkomen is een mooie gedachte. Onderzoek wijst echter uit dat met name vrouwen in een relatie dan acuut stoppen met werken. Zorg en Onderwijs met name zullen hier hard door worden geraakt en het maakt ons land nog afhankelijker van arbeidsmigratie. Mijns inziens zal het concept Basisinkomen pas echt interessant worden, wanneer kunstmatige intelligentie gemeen goed is, en daardoor simpelweg geen werk meer is voor iedereen. Geef het nog dertig jaar. Het komt vanzelf op ons af.