Zelfregulering en professionalisering loont!

Hoe zorg je ervoor dat een flexkracht het loon krijgt waar hij recht op heeft? Is daar strengere wetgeving voor nodig of meer zelfregulering? Drie experts gaven antwoord op deze vraag tijdens het webinar over professionalisering van inhuur van 9 februari. Over ketenaansprakelijkheid, de rol van uitzendbureaus, brancheorganisaties en certificering.

“Moet de markt (bureaus en opdrachtgevers) meer verantwoordelijkheid nemen? Of is er behoefte aan meer regels vanuit Den Haag?” vraagt Hugo-Jan Ruts, gespreksleider van het webinar en oprichter van ZiPconomy.

Hij legt uit de achtergrond van deze vraag uit. “Meerdere schandalen hebben afgelopen jaar tot deze discussie geleid. Om schijnzelfstandigheid en wantoestanden aan te pakken, adviseerde de commissie-Borstlap een andere inrichting van de wetgeving omtrent arbeidsrelaties. Daarnaast werden de aanbevelingen van de commissie-Roemer om arbeidsimmigranten te beschermen afgelopen week besproken tijdens een kameroverleg. De vraag is wat nodig is: zelfregulering of meer regelgeving?”

Uitdagingen en oplossingen

De oplossing van het dilemma met betrekking tot regulering valt mogelijk te vinden in certificering. Bij Ruts aan tafel aangeschoven is Ger Jaarsma, voorzitter Stichting PayOK en tevens voorzitter van NOA, de branchevereniging voor stukadoren en afbouw. “PayOK zorgt als keurmerk voor een juiste verloning van inleenkrachten.” Met een keurmerk minimaliseren organisaties de risico’s die ze lopen.

Paul Heinrichs is al vijfentwintig jaar bezig in de uitzendbranche, actief geworden binnen Bureau Cicero en betrokken geweest bij de ontwikkeling van keurmerken zoals PayOK. Hij ziet ook dat organisaties steeds meer hun verantwoordelijkheid pakken. “Er worden steeds meer arbeidskrachten uit het buitenland ingezet en organisaties hebben meer aandacht voor onderwerpen zoals inclusiviteit en duurzaamheid.”

Aangeschoven bij de discussie vanuit een anders perspectief is Marc Belfroid, met expertise in de uitzendbranche van technische detachering tot inkoop, en huidig manager flexibele arbeid bij Altrad, een industriële dienstverlener. “De uitzendbranche heeft het niet makkelijk gehad.” legt hij uit. “Sinds 2015 hebben we met drie verschillende soorten wetgeving te maken gehad. Hoe vraag en aanbod op een goede manier bij elkaar kunnen worden gebracht, is een complex vraagstuk.”

Jaarsma beaamt dat de uitzendbranche in het verleden veel veranderende wetgeving heeft moeten verduren. “Met wetgeving heeft de overheid de afgelopen 25 jaar geprobeerd grip te krijgen op de payroll- en uitzendbranche. Er is zeker problematiek die opgelost moet worden, maar de overheid krijgt het niet voor elkaar. Wetgeving werkt niet. Opdrachtgevers en inleners moeten dit zelf oplossen, door middel van certificering.”

Verschillende soorten certificering

Er zijn drie soorten certificering. “SNA (Stichting Normering Arbeid) regelt de fiscaliteit, dit zijn onder andere de NEN-normen. Ten tweede is er SNF (Stichting Normering Flexwonen), die zich bekommert om de huisvesting van onder andere arbeidsmigranten. Ten derde zijn er keurmerken die toespitsen op verloning en betaling, zoals Pay-Check en PayOK.”

Hoe werkt certificering in de praktijk? Heinrichs vertelt: “Een keurmerk is afhankelijk van de informatie die opdrachtgevers doorgeven aan uitzendbureaus, bijvoorbeeld over loonschalen. Deze informatie moet kloppen.”

Kiezen voor kwaliteit

Certificering zou dus kunnen helpen om beloning op een passende manier te regelen. Belfroid: “Bedrijven zullen bereid moeten zijn om te investeren. Als ze niet kijken naar kwaliteit en naar totale dienstverlening, anders is het een papieren tijger.

95% van de markt bestaat nu uit bedrijven die zich serieus ontwikkelen. Zij kiezen bewust voor certificering.”

Jaarsma is het eens dat veel bedrijven gebruikmaken van certificering. “In veel cao’s is vastgelegd dat de normen van SNA worden gebruikt. Daarnaast bieden keurmerken know-how waar opdrachtgevers zelf niet over beschikken.”

Ook fatsoen is een drijfveer, merkt Ruts op, opdrachtgevers willen graag goed opdrachtgeverschap laten zien. Belfroid geeft aan dat fatsoen begint met informatievoorziening. “Alle partijen dienen de juiste informatie te krijgen over de voorwaarden. Vanaf de inkoop moet worden opgelet, zodat de verschillende partijen op een transparante manier met elkaar een project ingaan.”

De rol van de branche

Wat kunnen we verwachten van uitzendbureaus? Belfroid legt uit: “Arbeidsmigranten blijven nodig. Deze moeten we op een eerlijke en zelfregulerende manier aan de slag zetten. Er is wat dat betreft meer wat we als branche zelf kunnen doen. Zo laten NBBU en ABU bijvoorbeeld geen buitenlandse uitzendbureaus toe.”

Deze rol is niet voor brancheverenigingen weggelegd, vindt Jaarsma. “Brancheorganisaties hebben hun eigen regels. Keurmerken zoals PayOK bieden toegang tot alle geïnteresseerden die keurmerkwaardig zijn, ook buitenlandse uitzendbureaus. Er zijn verschillende rollen weggelegd voor keurmerken en brancheverenigingen.”

“Wat brancheverenigingen beter kunnen doen, is lastig,” legt Heinrichs uit. “Deze moeten breder toegankelijk worden, ook voor flexwerkers, zzp’ers, payrollers, etc. Anders ontstaat het waterbed-effect: valt een bepaalde groep buiten de regulering, bijvoorbeeld zzp’ers, dan neemt het aantal zzp’ers toe.”

Handhaving in gedoogland Nederland

“Een actuele discussie, ook richting de verkiezingen en de kabinetsformatie,” concludeert Ruts. “De vraag is hoe eigen verantwoordelijkheid future-proof kan worden ingericht.”

“95% van de bedrijven pakt de eigen verantwoordelijkheid,” benadrukt Belfroid, “de overige 5% moet beter worden gehandhaafd.”

Maar is strengere handhaving de oplossing in gedoogland Nederland? Nee, vindt Jaarsma. “Door het personeelstekort bij de overheid worden alleen de grote gevallen aangepakt. Een grotere capaciteit is er niet, en gaat er ook niet komen. Daarom moeten we zelfreguleren.”

Hij haalt het voorbeeld aan van de paddenstoelenbranche. Telers hebben in deze branche de handen ineen geslagen en een keurmerk ontwikkeld, met succes. Een voorbeeld van zelfregulering die werkt. “Als je het als markt wil, dan kun je het voor elkaar krijgen.”

Het webinar ‘Zelfregulering en professionalisering loont!’ vormt onderdeel van WebinarWeek, een initiatief van ZiPconomy en Werf&. Het volledige webinar is online terug te kijken.

De ZiPredactie plaatst hier interviews en eigen artikelen. Daarnaast persberichten, aankondigingen of (met toestemming) overgenomen artikelen. (contact: info[AT]zipconomy.nl) Bekijk alle berichten van ZiPredactie

2 reacties op dit bericht

  1. Beste Hugo-Jan,

    In dit artikel staat een onjuistheid. De ABU laat wel degelijk ondernemingen die gevestigd zijn in het buitenland toe. Op grond van de mededinging zijn wij dit verplicht. Wij hebben een set controle-elementen geformuleerd zodat deze buitenlandse ondernemingen op dezelfde elementen worden getoetst als in Nederland gevestigde ondernemingen.