Zorgverleners willen modelovereenkomsten behouden: ‘Zzp-webmodule is een thermometer die niet in elk lijf past’

Zorgverleners vinden dat de webmodule niet geschikt is voor hun sector en doen een oproep aan het ministerie van Sociale Zaken. Erik van Dam van zorgverlenerscollectief VvAA legt uit waarom zij zich zorgen maken.

De webmodule baart onder meer huisartsen, medisch specialisten en tandartsen zorgen. Daarom doet zorgverlenerscollectief VvAA samen met een beroepsorganisaties FMS (Federatie Medisch Specialisten), LHV (Landelijke Huisartsen Vereniging) en KNMT (Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde) een oproep aan het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).

“Modelovereenkomsten zijn beproefde, valide maatwerkinstrumenten voor de zorg”, zegt Erik van Dam, senior adviseur kennismanagement bij VvAA. “De webmodule daarentegen blijkt niet geschikt voor de zorg en daarom vragen we het ministerie hem ook niet in te zetten in plaats van de modelovereenkomsten in onze sector.”

Pilot met de webmodule

De Webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie (WBA, verkort webmodule) is een online tool waarmee opdrachtgevers kunnen bepalen of zij iemand als zelfstandige kunnen inhuren. Het ministerie begon in januari met een pilot die loopt tot september. Na deze testfase volgt een evaluatie en bepaalt het ministerie of de webmodule definitief wordt ingezet. Of dat gebeurt, hangt ook af van de mogelijkheden voor handhaving, misbruikrisico’s en de gevolgen voor de uitvoeringsinstanties.

Al voordat de testperiode begon, was de VvAA sceptisch over de toepasbaarheid van de webmodule in de zorg. Volgens Van Dam blijken zijn zorgen terecht. “We hebben opdrachtgevers gevraagd de tool te testen en merken behoorlijke terughoudendheid”, vertelt hij. “Dat verbaast ons niet. We stonden niet voor niets aan de wieg van de beweging (Ont)regel de zorg (ORDZ), een initiatief om administratieve lasten te verminderen. De regeldruk in de zorg is namelijk al te hoog. De webmodule is nog eens een extra administratieve taak die ten koste gaat van de patiëntenzorg.”

Lees ook: https://www.zipconomy.nl/2021/06/webmodule-onbemind-of-onbekend/

De modelovereenkomsten zijn een minder grote last, zegt hij. “Vaak sluiten opdrachtgever en opdrachtnemer om praktische redenen namelijk al een overeenkomst, onder andere met afspraken over de invulling van gezondheidsrechtelijke verplichtingen. Modelovereenkomsten voorzien daarin.”

Vragen niet van toepassing

Verder blijkt het voor de gemiddelde opdrachtgever in de zorg ingewikkeld om de webmodule in te vullen, zegt de VvAA-adviseur. “Het is een thermometer die niet in ieder lijf past.”

Volgens Van Dam zijn veel vragen niet of lastig toe te passen op de sector. Als voorbeeld noemt hij de resultaatverplichting. Als een werkende een resultaatsverplichting heeft, krijgt hij daar minpunten voor in de webmodule. Bij meer dan 70 punten volgt het oordeel ‘indicatie dienstbetrekking’. Van Dam: “Als arts heb je al een inspanningsverplichting, dat zit verankerd in de zorgwetgeving en je hebt daar een eed voor afgelegd. Het is dus helemaal niet logisch om daarmee onderscheid te maken tussen zzp-schap en dienstbetrekking.”

Ook als zzp’ers leiding geven binnen de organisatie, is dat volgens de methode van de webmodule een aanwijzing voor een dienstbetrekking. “Op grond van de wet BIG geven zorgverleners vrijwel per definitie beroepsmatige aanwijzingen aan ondersteunend personeel”, legt Van Dam uit. “Dat komt dus voort uit beroepsnormen en zegt weinig over de arbeidsrelatie tussen opdrachtgever en zzp’er. Maar ook daar houdt de webmodule geen rekening mee.”

Piek en ziek

Als een werkende ingezet wordt tijdens extra drukke periodes of als vervanging van ziek personeel (‘piek en ziek’), levert dat strafpunten op in de webmodule. Ook dat is onterecht in de zorg, vinden de organisaties.

“Zzp’ers vervullen in geval van ziek en piek juist een smeeroliefunctie”, zegt de VvAA-adviseur. “Tijdens de coronacrisis zag je hoe belangrijk die functie was. Denk aan de snel inzetbare en op- en afschaalbare zorg via zzp-artsen, en de snelle vervanging van door covid-getroffen zorgmedewerkers.”

Dit soort vragen maken de webmodule erg lastig in te vullen, vinden de beroepsorganisaties van onder meer huisartsen, medisch specialisten en tandartsen. Bovendien meet je niet wat je wilt weten, zegt de adviseur van VvAA. “Modelovereenkomsten zijn veel meer valide”, vindt hij. “Ze zijn toegepast op de zorg en de situaties waarin verschillende beroepsgroepen werken. Er is namelijk maatwerk nodig, zowel voor onze sector op zich als tussen de verschillende typen werk.”

Menselijke maat, geen extra administratie

Binnen de zorgsector spelen verschillende kwesties rondom de inzet van zzp’ers. In 2019 zei toemalig minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) al dat hij ontevreden was over de balans tussen flex en vast. Volgens de minister gaan zorgverleners steeds vaker uit dienst om meteen terug te keren als zelfstandige. Het gaat dan bijvoorbeeld om verpleegkundigen in zorginstellingen.

“Maar waar het passend is, moet je flex kunnen inzetten”, vindt de adviseur. “De balans tussen flex en vast herstellen doe je niet met een vragenlijst, maar door de menselijke maat terug te brengen. Verminder regeldruk. Maak het fijner voor mensen om hun werk te doen in loondienst. Dat is de oplossing.”

Langdurige inzet

Een andere kwestie is bijvoorbeeld die rondom huisartsen die langdurig praktijkwaarnemer zijn. Zijn zij echte ondernemers of is dit verkapt loondienst? Op dit moment bestaat hiervoor een speciale modelovereenkomst. Volgens de webmodule zou zo’n langdurige constructie duiden op een dienstverband.

“Wij vinden niet dat het altijd mogelijk moet zijn om als zelfstandige te werken”, zegt Van Dam. “Natuurlijk ben je geen ondernemer als je twintig jaar lang in dezelfde praktijk je jas ophangt en instructies opvolgt. Maar een termijn van exact een jaar is ook niet werkbaar. Stel je bent net een paar maanden langer uit de running, moet je dan een andere vervanger zoeken om fiscale redenen? Dat komt je patiënten niet ten goede.”

Discussie: wat is gewenst?

Het kabinet moet eerst eens de bredere discussie over zzp aangaan, zegt Van Dam. Vorige maand kwam de Sociaal-Economische Raad (SER) met een ontwerpadvies voor de formatie van het nieuwe kabinet. Dat sluit grotendeels aan bij het eerdere advies van de Commissie Borstlap. De sociale partners voegen toe dat de Belastingdienst zich bij het aanpakken van schijnconstructies beperkt tot situaties waarin zzp’ers worden ingehuurd onder de 35 euro per uur.

Van Dam denkt positief over die maatregel, maar hij denkt ook dat er meer nodig is om het probleem op te lossen. “Het zorgt voor meer duidelijkheid en geeft meer zelfstandigen vrijheid om te werken zoals zij willen”, zegt hij. “Maar het is niet de eindoplossing. Het daadwerkelijke probleem ligt namelijk dieper. De titel van het rapport van de Commissie Borstlap is precies waar we het over moeten hebben: in welk land willen we leven? Willen we mensen zelf laten kiezen hoe ze werken? En hoe kunnen we dat regelen in een sociaal systeem?”

Eén reactie op dit bericht

  1. Deze situatie geldt voor veel meer ZZPer en daar is de Zorg niet de enige in. De put-out is hier de oplossing voor. Alles boven de 35 euro/uur excl. BTW moeten buiten beschouwing worden gelaten.