"Exploring the future of work & the freelance economy"
SLUIT MENU

Duurzaam inhuren van flexkrachten: op zoek naar een flexibel vast contract

Flex is niet meer nodig, en de contractvorm doet er niet toe. Op deze stellingen reageerden een panel van deskundigen en het publiek tijdens het hybride evenement Duurzaam inhuren van flexkrachten. Organisatoren van dit evenement voor inleners waren ABN Amro en bureau Cicero.

“Flex van kop tot staart”, daarvoor stonden de panelleden van het evenement duurzaam inhuren, volgens de organisatoren Bureau Cicero en ABN AMRO. Ze vertegenwoordigden de inhurende ondernemingen, de wetgever, het risicomanagement, de financierders en de grote inkopers. Naast sprekers Han Mesters van ABN AMRO, Hendarin Mouselli van VRF advocaten en Maarten de Jong van bureau Cicero schoven ook Bertrand Prinsen van adviesbureau Labor Redimo en Armand Lahaije van AWVN aan.

In een poll mochten de fysieke en online deelnemers reageren op stellingen. De panelleden discussieerden met elkaar en met de deelnemers over de uitkomsten.

Flex blijft nodig

“Flex is niet (meer) nodig”. Dat was de eerste stelling. “De politiek zet namelijk in op een beleid dat de flexschil zo dun mogelijk moet maken”, zo lichtte Dewy Mulder van bureau Cicero de keuze voor deze stelling toe.

Han Mesters vindt het een soort “oekaze van de politiek” dat flex maar intern opgelost moet worden. “Bij sommige cyclisch gevoelige bedrijfssectoren is dat onmogelijk. Die zijn vanwege de vraaguitval soms gewoon veroordeeld tot externe flex. Daarnaast heb je flex in allerlei smaken, dat is ook een belangrijke nuance. Het belangrijkste is dat je aan de goede mensen komt. De krapte op de arbeidsmarkt houdt bovendien voorlopig niet op. En de jonge mensen, die willen gewoon flex.”

Vast contract als gouden horloge

Hendarin Mouselli van VRF advocaten is het daar niet mee eens.

Uit onderzoek van bijvoorbeeld NBBU blijkt volgens haar dat de jongere werkenden een vast contract wel degelijk belangrijk vinden. Maar dat komt ook door hoe we het vaste contract presenteren, zo vermoedt ze. “We hebben het vaste contract als iets heiligs verklaard. Dat is voor sommige werknemers toch een soort ‘gouden horloge’.”

“We moeten het minder beladen maken, zodat het verschil tussen vast en flex minder groot wordt. De werknemer van morgen vindt een vast contract belangrijk, maar heeft ook behoefte aan flexibiliteit. Dat is wat ons in de toekomst te wachten staat: een flexibel vast contract.”

Per doelgroep bekijken

Er is niet één variant van flex, zegt ook Bertrand Prinsen van Labor Redimo, en werkenden krijgen niet altijd het contract dat ze zouden willen. “De mensen die een vast contract willen, zitten soms op plekken waarvoor de werkgever alleen flexwerkers wil inhuren. Hooggespecialiseerde medewerkers kiezen vaak juist weer wel voor zelfstandigheid, terwijl organisaties die mensen juist heel graag in vaste dienst willen nemen. De redenen waarom mensen flex willen zijn verschillend. Je zou per doelgroep moeten kijken en beoordelen hoe je het werk wilt organiseren.”

Platformeconomie biedt mogelijkheden

In heel veel discussies over flex wordt de platformeconomie nog niet meegenomen, zegt Maarten de Jong van bureau Cicero. En juist daar liggen volgens hem mogelijkheden om de samenwerking tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers anders vorm te geven. “Kijk maar naar de hele thuisbezorgd-markt. Ik voorzie dat er zich in de toekomst meer gespecialiseerde mensen met hun kennis en wensen bij platformen zullen aanmelden, omdat daar meer opties zijn. We denken nu teveel vanuit risico en verplichtingen en niet vanuit kansen en oplossingen. We zien de aanbodkant van de arbeidsmarkt als een gegeven, en dat is het niet.”

Contractvorm doet er wel toe

Teveel keuzevrijheid bij het kiezen van een contractvorm houdt echter ook risico’s in, vinden de panelleden. Contractvorm doet er in die zin wel degelijk toe, zegt ook Mousselli, “dat is nou eenmaal het stelsel dat we hebben in wet- en regelgeving. Dat is ingegeven door een belangrijke basiswaarde uit ons sociaal zekerheidsstelsel, namelijk solidariteit. Voor bijvoorbeeld zzp’ers is die contractvorm nu een soort kroketje geworden dat je bij de FEBO uit de muur kunt trekken. Voor hoger opgeleiden begrijp ik die keuzevrijheid. Maar ik vraag me af of ook die pizzabezorger de consequenties van die contractvorm kan overzien.”

Bescherming Burgerlijk Wetboek

Het Burgerlijk Wetboek heeft ook een soort beschermende functie, voegt Lahaije toe. De collectiviteit werkt in de meeste gevallen wel, omdat je een kader schept waarbinnen iemand thuishoort. “We hebben er geen discussie over dat je echte zelfstandigen hebt en dat je echte werknemers hebt, maar daar tussenin blijft een groot grijs gebied. Je moet ervoor waken dat partijen vanuit hun eigen wensen contracten maken die niet aansluiten bij de werkelijkheid.”

Schijnzelfstandigheid

Als fiscalist heeft Armand Laheije bij AWVN vooral te maken met opdrachtgevers die met zzp’ers werken. “Dan ligt de discussie over de schijnzelfstandigheid op de loer. De politiek slaagt er maar niet in om te zorgen voor een duidelijk kader: wanneer ben je nou werknemer en wanneer ben je zelfstandige? De moeilijkheid van de discussie is dat je hier arbeidsrechtelijke aspecten gaat vermengen met fiscale voordelen. Als zelfstandige heb je fiscale voordelen die je als werknemer niet hebt. Daar moet toch een draai aan te geven zijn.”

Iedereen wordt zzp’er

We zijn toe aan nieuwe afspraken, daarover zijn de panelleden het ook eens. Centraal staat volgens Mesters nog altijd de vraag hoe wij in de toekomst arbeid willen organiseren. “In het BW heb je nu twee smaken en zzp’ers fietsen daar een beetje doorheen. Maar tijdens de coronatijd zijn we allemaal een beetje zzp’er geworden, en de manager is de kalkoen voor Kerstmis. We gaan veel meer naar een soort van platte, zzp-achtige soort van arbeid, al dan niet ondersteund door techniek. We zitten allemaal in een netwerk-achtige omgeving.”

Werknemersperspectief

De krappe arbeidsmarkt vraagt sowieso om een ander perspectief, is ook de conclusie. De vraag moet zijn ”Waar vinden we de juiste mensen?”, licht Prinsen toe. De organisatie denkt nu nog eerst vanuit het formatieplan, waarin de contractvorm al is vastgelegd. Dan bepaal je ook al van tevoren in welke vijver je gaat vissen. Mouselli: “Ja, dat is dan alsof je op een date gaat, en meteen al de huwelijkse voorwaarden hebt vastgelegd”. Lahaije: “We kunnen als werkgevers vanalles bedenken, maar het gaat erom: wat wil de werknemer zelf?”


Evenement Duurzaam inhuren van flexkrachten

Dit verslag is een samenvatting van de paneldiscussie tijdens het hybride evenement Duurzaam inhuren van flexkrachten. Bureau Cicero organiseerde deze verdiepingssessie voor de inleners van flex samen met ABN AMRO op maandag 11 april 2022.

Inspiratiesessies

Na de opening door de dagvoorzitter Dewy Mulder, inspireerde Han Mesters het aanwezige en online publiek door actuele zaken als Oekraïne en de trends van flexibel werkend Nederland te combineren met praktische voorbeelden. Waarna Hendarin Mouselli het stokje overnam en een poging deed brood te bakken van de flexbranche. Dit deed ze door stil te staan bij de complexiteit van wet en regelgeving, maar ook door duidelijk te maken dat werken met wet- en regelgeving voor flexibele arbeid verre van een afvinklijstje is. Maarten de Jong sloot het eerste deel van het flexevent af met praktische business cases. Hierin kwam duidelijk naar voren dat eigen kennis van zaken en je omringen door betrouwbare specialisten je kunnen behoeden voor bijzondere en mogelijk dreigende zaken.

Bekijk voor de inspiratiesessies en voor de volledige paneldiscussie de video-opname van de bijeenkomst op de site van ABN AMRO.


 

De ZiPredactie plaatst hier interviews en eigen artikelen. Daarnaast persberichten, aankondigingen of (met toestemming) overgenomen artikelen. (contact: info[AT]zipconomy.nl) Bekijk alle berichten van ZiPredactie

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.