SLUIT MENU

Wet DBA: The Final Countdown naar 2023

Het is aftellen naar het moment dat er meer duidelijkheid komt in het vervolg van de Wet DBA saga. Specialist Boris Emmerig zet een en ander op een rij.

Op het terrein van de Wet DBA loopt The Final Countdown (iconisch nummer van Europe uit 1986, maar dat terzijde) naar 2023 op twee terreinen die invloed gaan hebben op het speelveld.

Uitspraak Hoge Raad

Ten eerste is daar het arrest van de Hoge Raad op 23 december in de Deliveroo-zaak. Gaat de Hoge Raad wel of niet mee in het advies van Advocaat Generaal De Bock om het gezagscriterium aan te passen? Het is volgens De Bock (in beginsel) of het een of het ander: de werker werkt ‘in dienst van de andere partij’ doordat het werk is ingebed in de onderneming van die ander, óf de werker heeft zijn of haar eigen onderneming.

Wat de Hoge Raad ook beslist, het arrest brengt linksom of rechtsom meer duidelijkheid. Bovendien is de beslissing geldend recht vanaf het moment dat het arrest wordt gewezen.

In de praktijk loopt de Belastingdienst er al op vooruit dat de Hoge Raad het advies van De Bock overneemt. Dat vooruitlopen op is uiteraard niet toegestaan, maar de kans bestaat dat de Belastingdienst gesteund wordt door de Hoge Raad. Dan zal het voor opdrachtgevers en zzp’ers moeilijker worden om vol te houden dat er buiten dienstbetrekking wordt gewerkt. Volgt de Hoge Raad het advies van De Bock echter niet, dan is het afgelopen met begrippen als “inbedding” en “wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering”.

Minister komt met ‘fors pakket’

Ten tweede komt minister van Gennip met een belangrijke brief aan de Tweede Kamer waarin zij uiteen gaat zetten hoe via wetgeving wordt verduidelijkt of iemand wel of geen zzp’er is en hoe de handhaving op schijnzelfstandigheid verder geïntensiveerd gaat worden. Een eerste brief komt binnenkort al. Een tweede (hoofdlijnen)brief volgt na het Kerstreces.

Van Gennip schuwt spierballentaal niet; zij stelt een “fors pakket aan maatregelen” in het vooruitzicht, zo heeft zij de Tweede Kamer laten weten op 1 december jl.

Handhaving en navordering

Voor wat betreft handhaving op schijnzelfstandigheid heeft staatssecretaris Van Rij in antwoord op vragen van Kamerlid Senna Maatoug (GroenLinks) nog eens bevestigd dat er nageheven kan worden bij opdrachtgevers wanneer zij zich niet houden aan aanwijzingen van de Belastingdienst

Ook bij opdrachtnemers kan worden nagevorderd. Van Rij stelt dat dit nog niet is gebeurd, mij is in ieder geval één situatie bekend waarin dat wel is gebeurd. Voorts heeft Van Rij een waarschuwing voor zzp’ers: Het is niet mogelijk tegelijkertijd twee verschillende standpunten voor de inkomensheffing in te nemen, namelijk voor dezelfde uren tegelijk zelfstandige én werknemer te zijn. Dit met name voor situaties waarin zzp’ers achteraf claimen een werknemer te zijn. (zie dit  voorbeeld) 

Zeer terecht dat Van Rij dit doet; juridisch toerisme mag niet beloond worden. Voorts bevestigt Van Rij dat vrijwaringsbepalingen “in beginsel geldig” zijn.

Kortom, de countdown loopt en er staat nog wel het een en ander te gebeuren voor het einde van het jaar.

Boris Emmerig werkt sinds 1990 als belastingadviseur en sinds 1996 als advocaat. Hij heeft ruim dertien jaar ervaring als raadsheer-plaatsvervanger bij de Belastingkamer van het Gerechtshof te Amsterdam. Hij is als docent verbonden aan de Specialisatieopleiding Arbeidsrecht van het Leids Juridisch PAO, de beroepsopleiding van de Nederlandse Orde van Advocaten en LexLumen. Regelmatig verschijnen publicaties van zijn hand in de fiscale en juridische vakpers. Emmerig is een fiscalist pur sang. Zijn specialismen liggen op het terrein van de loonbelasting, vennootschapsbelasting en fiscale procedures. Hij is verbonden aan het kantoor Holla Advocaten. Bekijk alle berichten van Boris Emmerig

2 reacties op dit bericht

  1. Dank voor dit artikel.
    Is de gezagsverhouding nu allesoverstijgend of wordt er wellicht ook nog gebruik gemaakt van criteria zoals uurtarief?

    • Best Ernst,

      De gezagsverhouding is zeker niet allesoverstijgend. Er is ook aangekondigd dat er een voorstel zal worden gedaan voor een rechtsvermoeden van werknemerschap bij een uurtarief onder de EUR 30 tot EUR 35.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *