SLUIT MENU

Hoe het faillissement van Helpling de weeffouten van het platformdebat blootlegt

Aan het faillissement van de Nederlandse tak van het platform voor thuisschoonmaaksters Helpling, ging een verbeten juridische strijd vooraf met vakbond FNV. Dat die nu een verlate overwinning claimt, is zuur, vindt platformexpert Martijn Arets, want wie heeft er nu gewonnen? In deze bijdrage zijn analyse.

Na een lange juridische strijd gooide platform voor thuisschoonmaaksters Helpling afgelopen donderdag met een faillissement van de Nederlandse BV de handdoek in de ring. Het bankroet tekent het einde van een niet onomstreden strijd met vakbond FNV, die het faillissement als een ‘verlate overwinning’ in het FD laat opschrijven.

De grote vraag die overblijft is: een overwinning voor wíe? In een blog in 2018 voorspelde ik dat een uitspraak in het ‘voordeel’ van FNV zou uitmonden in een faillissement. En stelde ik al flink wat vraag- en uitroeptekens bij deze zaak. In deze blog schets ik de context van de zaak en de activiteiten van Helpling, ga ik in op wat er (niet) nieuw is aan een platform voor thuisschoonmaak en geef ik een overzicht welke veranderingen het platform door de jaren heeft doorgevoerd. Om af te sluiten met een voorstel voor een debat dat zowel de werkenden als de samenleving eer aan doet.

De opkomst van Helpling

Helpling, een start-up uit de koker van het Duitse Rocket Internet, betreed in juni 2014 de Nederlandse markt. Het platform waar particulieren een schoonmaakster voor thuis kunnen boeken is ambitieus en wordt al snel gezien als een van de grote beloften in de opkomst van de kluseconomie, a.k.a. ‘gig economy’, in Nederland. Dat het platform het niet alleen bij schoonmaak wil houden, wordt mij duidelijk wanneer ik toenmalige directeur Nederland Floyd Sijmons in 2015 op hun kantoor in Amsterdam interview. Wanneer ik hem de vraag stel of het bij schoonmaak blijft, antwoord hij: “als we het alleen bij schoonmaak zouden houden, dan hadden we ons platform wel Cleanling genoemd”. Helder.

Toch lukt het het platform niet om de dienstverlening uit te breiden. Er wordt gekeken naar glazenwassers, maar dat komt uiteindelijk niet van de grond. De toegevoegde waarde van het platform blijkt ook een stuk minder groot dan bij bijvoorbeeld Uber. Het betreft een vooraf geplande transactie (niemand wil ‘on demand’ een schoonmaakster) en de werkende en opdrachtgever blijven na een eerste succesvolle klus met elkaar verbonden en kunnen eenvoudig om het platform heen werken. Vanwege de aard van de transactie is er geen hoogwaardig algoritme nodig en de voordelen van het verzamelen van data zijn beperkt. Er is dan ook geen sterke ‘lock in’ zoals bij Uber en het platform moet hard werken om een passende dienstverlening aan werkende en opdrachtgever aan te bieden om hen aan het platform te binden.

Het binden van de klanten binnen de nationale markten was moeilijker dan men mogelijk bij aanvang verwacht. Waar eerst werd gedacht dat één strategie zou volstaan, werd al snel duidelijk dat ieder land een eigen strategie nodig had. Dit is terug te lezen in het onlangs verschenen paper “Platform adaptation to regulation: The case of domestic cleaning in Europe”, geschreven door Koutsimpogiorgos, Frenken en Herrmann. Voor dit paper leggen de auteurs de algemene voorwaarden van Helpling in Frankrijk, Duitsland, Ierland, Nederland en de UK naast elkaar en analyseerden zij de wijzigingen door de jaren heen. Hun conclusie is dat Helpling wel met een algemene strategie start, maar zich al snel moet aanpassen aan de institutionele voorwaarden per land. Gedurende de jaren past Helpling regelmatig haar model in Nederland aan. Zo verandert het platform de commissiestructuur en voert het een model in waarbij schoonmaaksters zelf de prijs voor een schoonmaakklus mogen bepalen. Een minimum moet ervoor zorgen dat er geen ‘race tot he bottom’ ontstaat.

Regeling dienstverlening aan huis

Met freelancers heeft Helpling nooit gewerkt. Het platform maakt, net als andere platformen waar consumenten dienstverlening in en om het huis afneemt, gebruik van de ‘regeling dienstverlening aan huis’. Dit is een regeling die particuliere werkgevers, wat je bent wanneer je een schoonmaakster voor thuis laat komen, vrijwaart van een groot aantal werkgeversverplichtingen. Wel moet de particuliere werkgever het minimumloon en 8 procent vakantiegeld betalen, de schoonmaakster doorbetalen bij ziekte en zorgen voor een veilige en gezonde werkplek.

In de praktijk komt er in de particuliere schoonmaakmarkt in Nederland door gebrek aan handhaving weinig van deze regeling terecht. Of, zoals ik in een eerdere blog schreef: “Het lijkt dus alsof we het goed geregeld hebben voor onze hulp in de huishouding, maar dat is niet zo. Zij vallen als het ware in een ‘excuuscategorie’.” Helpling sluit zich door gebruik te maken van deze regeling aan bij de standaard in Nederland.”

Het einde van Helpling

Het gegeven dat de particuliere werkgever een schoonmaakster vindt, boekt en betaalt via een platform, is voor FNV reden om het platform in 2018 voor de rechter te dagen. FNV is van mening dat het platform werkgever is en de schoonmaaksters in dienst moet nemen. In eerste instantie beslist de kantonrechter in 2019 dat Helpling geen werkgever, maar wel een bemiddelaar is. Het gerechtshof in Amsterdam ziet het twee jaar later toch anders en bepaalt dat Helpling de schoonmaaksters moet behandelen als uitzendwerkers, met bijbehorende rechten en plichten.

Helpling is zich ervan bewust dat een uitzendmodel niet zal werken voor het platform: de consument zal deze tarieven nooit willen betalen.

Helpling is zich ervan bewust dat een uitzendmodel niet zal werken voor het platform: de consument zal deze tarieven nooit willen betalen. Het platform gooit voor de laatste keer het model om, stopt rigoureus met het oorspronkelijke model waarbij het een commissie inhoudt over de uitbetaalde uren en introduceert Helpling Select (waarbij je een eenmalig bedrag betaalt voor het vinden van een schoonmaakster en alles daarna zelf regelt) en Helpling Premium (waarbij een professionele schoonmaakster komt die in dienst is bij een schoonmaakbedrijf).

Uiteindelijk maakt het platform de verwachtingen niet waar: in de reactie van de curator is te lezen dat er op de dag van het faillissement tien medewerkers voor het platform werkzaam waren.

Terugblik: wat was er nu nieuw aan Helpling?

In de eerdergenoemde blog uit 2018 stelde ik de vraag: wat is er nieuw aan Helpling? Ik schreef:

“Platform Helpling stelt huishoudens in staat via een online marktplaats een schoonmaakhulp te vinden. Daarnaast ondersteunt het platform met kwaliteitscontrole (telefonische intake, ID-check en reputatiesysteem), backoffice (klachten, vragen, vervangende hulp bij vakantie) en betaalmodule. Het bedrijf verdient geld door een marge van iedere transactie af te romen. Een veelgebruikt model.

Helpling is zeker niet uniek, dit soort dienstverlening bestaat al jaren. Neem het bedrijf HomeWorks. Een bedrijf dat al 25 jaar lang exact hetzelfde doet als Helping. Het enige verschil is dat dit geen online marktplaats is, maar dat het bedrijf handmatig de match tussen vraag en aanbod maakt. Daarnaast heeft het servicecoördinatoren die toezien op kwaliteit en zelfs met de eerste schoonmaak meegaan. Dit alles maakt het een duur model: de commissie die het bedrijf rekent is dan ook zo’n 39% (t.o.v. 23% bij Helpling).”

Het platform concurreert met bemiddelaars met eenzelfde model en strategie die al vele jaren actief zijn op de markt. Het is dan ook de vraag waarom het platform dan opeens wel als een ongewenste speler werd gezien.

Waar was de zwarte markt in het debat?

In de rechtszaak tegen Helpling doet FNV alsof het platform concurreert met schoonmaakbedrijven. Dat is natuurlijk onzin. Het enige waar Helpling mee concurreerde is de zwarte markt. Mijn voorspelling in mijn eerdere blog: “als FNV wint en Helpling de huishoudhulpen in dienst moet nemen, dan gaat de prijs van de hulp voor de klant omhoog naar een bedrag van minimaal 20 euro. Nagenoeg geen enkele particulier is bereid dit bedrag per uur te betalen. Er zal niemand meer boeken via het platform en Helpling is binnen de kortste keren failliet. Is daarmee het probleem opgelost? Nee. Die schoonmaak wordt ook daarna nog wel gedaan. Maar dan via de zwarte markt.” En dat is precies wat er nu zal gebeuren.

De zaak rondom Helpling had een aanleiding kunnen zijn voor een debat over hoe wij als samenleving werk in en om het huis waarderen.

En dat is zonde. De zaak rondom Helpling had een aanleiding kunnen zijn voor een debat over hoe wij als samenleving werk in en om het huis waarderen. Dat is een discussie die wij maatschappelijk moeten voeren en die moet uitmonden in een politieke keuze. Want dat is het: een keuze. Dat de politiek wel degelijk iets kan doen om de situatie te verbeteren, bewijzen de landen om ons heen: België, Frankrijk, Scandinavië. Daar subsidieert de overheid dit soort werk, in België bijvoorbeeld via de dienstencheques. Ik spreek veel mensen die erkennen dat de huidige Nederlandse regel waardeloos is en we een systeem als in België zouden moeten invoeren. Maar het lukt hen niet het onderwerp op de agenda te krijgen. Blijkbaar is een structureel debat minder interessant dan een willekeurige rechtszaak.

Naar een bredere blik op ‘bemiddeling’ voor thuisschoonmaak

Met de kennis van vandaag wil ik nog wat dieper ingaan op de vraag wat er nieuw was aan Helpling. Dat het een platform is, maakte Helping onderscheidend van andere manieren waarop particuliere werkgevers een schoonmaakhulp kunnen vinden, maar het is de vraag wat hiervan de impact is op de autonomie, tevredenheid en het inkomen van de werkende. Op het moment dat er iets nieuw is, dan is mijn eerste vraag altijd: hoe ging het hiervoor? En op welke vlakken maakt het ‘nieuw’ zaken beter, slechter of blijft het hetzelfde. In het geval van Helpling: wat zijn de condities van thuisschoonmaaksters die hun particuliere werkgevers via andere kanalen vinden? Er zijn immers verschillende manieren om een thuisschoonmaakster te vinden: via via, een briefje in de supermarkt, via social media, bemiddelingswebsites en via platformen.

Geheel toevallig was ik op de dag van het faillissement van Helpling bij een door Koen Frenken van de Universiteit Utrecht georganiseerde academische workshop over ‘platform work’. Een van de sprekers was Juliet Schor, economist and Sociology Professor at Boston College. Schor heeft een aantal heel interessante onderzoeken in de deel- en kluseconomie op haar naam staan en presenteerde in Utrecht een onderzoek waarvoor zij werkenden in de particuliere thuiszorg heeft  geïnterviewd die zowel via een Facebookgroep als via een platform hun klanten vinden. Zij was benieuwd of deze werkenden hun werk en de omstandigheden anders zouden ervaren.

Zij ontdekte dat de uitkomsten van de twee manieren van werk vinden heel erg op elkaar lijken. De enige verschillende die zij ontdekte, waren te herleiden naar de verschillen in de omstandigheden van de werkenden, niet naar de manier waarop zij werk hadden gevonden. Het inkomen van de werkenden was via het platform hoger dan via een Facebookgroep en “our interviews found reveal high levels of work and platform satisfaction among these workers”. Waarbij Schor wel de kanttekening plaatste dat de ‘market conditions’ voor deze doelgroep overwegend positief zijn.

Presentatie Juliet Schor tijdens de academische workshop ‘Platform Work’.

 

Haar conclusie: We conclude that factors external to the technical functioning of platforms, such as market and regulatory conditions, workforce composition and the nature of the work, should be more systematically examined to understand what forms of control platforms themselves can be subjected to.”

Conclusie en voorstel debat

Zoals in 2018 voorspeld, is Helpling nu failliet en moeten de schoonmaaksters hun weg weer vinden in de zwarte markt. Dat er nooit een serieuze poging is gedaan om te onderzoeken hoe een centraal platform de situatie van een kwetsbare groep werkenden kan verbeteren zonder gelijk werkgever te worden, is een gemiste kans (en verantwoordelijkheid). Niet alleen van FNV, maar ook van alle instituties die verantwoordelijk zijn voor deze agenda en zich niet hebben uitgesproken. Dat FNV een verlate overwinning claimt is zuur, omdat je je af moet vragen wie er nu heeft gewonnen. De schoonmaaksters in ieder geval niet en het debat ook zeker niet.

Dat er nooit een serieuze poging is gedaan om te onderzoeken hoe een centraal platform de situatie van een kwetsbare groep werkenden kan verbeteren – zonder gelijk werkgever te worden – is een gemiste kans.

Ik hoop dat deze zaak (en deze blog) aanleiding is voor beleidsmakers, maar ook voor vakbondsmedewerkers, om alsnog de belangrijke vragen rondom deze groep werkenden op te pakken. Dat er nu wel onderzoek wordt gedaan naar de verschillen die de verschillende manieren van ‘matchmaken’ met zich meebrengen en dat er gekeken wordt hoe nu echt iets te doen voor deze groep werkenden. Dit start met het (h)erkennen van de context, om op basis hiervan (politieke) keuzes te maken. Misschien dat het sluiten van het hoofdstuk van Helpling hier nu ruimte voor vrijmaakt. Laten we het hopen.

Martijn Arets is internationaal platform expert en verkent sinds 2012 de opkomst van de platformeconomie en de impact op de samenleving. Bekijk alle berichten van Martijn Arets

Eén reactie op dit bericht

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *