"Exploring the future of work & the freelance economy"

Vijlbrief: webmodule gebruiken als handhavingsinstrument

Als de webmodule echt gebruikt gaat worden voor handhaving door de Belastingdienst, kan dat veel implicaties hebben, zo waarschuwt Hans Vijlbrief. Toch ziet de staatssecretaris van Financiën dit als enige mogelijkheid. De brancheorganisaties PZO, I-ZO Nederland en Bovib zien vooral nog heel veel ‘mitsen en maren’.

Vijlbrief zei dit tijdens de stakeholdersbijeenkomst Werken als Zelfstandige afgelopen donderdag, waar uiteraard ook de pilot van de Webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie (WBA) aan de orde kwam.

Indicatie dienstbetrekking

Tijdens de ‘bijpraatsessie’ zijn de meest recente resultaten van een enquête over de webmodule-pilot bekendgemaakt. In de periode januari-maart is de vragenlijst van de webmodule 4.500 keer volledig ingevuld. Bij 34% van de ingevoerde casussen gaf de webmodule het oordeel dat er een ‘indicatie’ is dat de opdracht niet door een zelfstandige uitgevoerd kan worden. In 28% van de gevallen was het oordeel juist dat wel ‘buiten dienstverband’ gewerkt kan worden. Bij 10% is er sprake van een fictief dienstverband. In iets meer dan een kwart van de gevallen (28%) kon de webmodule ‘geen oordeel’ geven.

(Er past hier wel een nuance. De webmodule zal alleen gebruikt zijn voor situaties waarin een opdrachtgever twijfels heeft over of een zelfstandige ingehuurd kan worden. De ingevulde casussen zijn daarmee zeker niet representatief voor al het werk dat door zelfstandigen wordt uitgevoerd.)

Lees ookBijpraatsessie bewindslieden laat forse verschillen binnen Kabinet over zzp-beleid zien

Waarschuwing

Vijlbrief vond de resultaten uit de vragenlijst niet zo verrassend. Deze komen ook in grote lijnen overeen met de resultaten uit een eerdere testfase. Daarmee geeft Vijlbrief ook een waarschuwing af. “Als je de webmodule echt gaat gebruiken en deze een juridische binding heeft, dan betekent dat nogal wat. Dat kan veel implicaties hebben. Mensen die vragen om handhaven en duidelijkheid: be careful what you whish for. Dat is ook precies het bijzondere van de webmodule. Als je het goed kunt vormgeven, kan het een heel goed instrument zijn. Maar het kan ook helemaal verkeerd uitpakken.”

Lees ook:  Experts vellen in bijna helft van gevallen ander oordeel dan de webmodule

Handhavingsmoratorium

Vijlbrief begrijpt de roep om meer handhaving, maar ziet hier wel een dilemma. “Als je gaat handhaven, dan moet je wel weten wat je gaat handhaven. Het handhavingsmoratorium is niet voor niets ingesteld. Dit is gebeurd omdat de Belastingdienst niet kón handhaven. Ik kan nu moeilijk aan de Belastingdienst vragen ‘ga eens kijken of die miljoen zzp’ers wel echte zelfstandigen zijn’.” Dat de handhaving in de praktijk niet werkt is volgens de staatssecretaris de schuld van de politiek. “Toen de Wet DBA is ingevoerd (2016, red.) kwam de Belastingdienst bij de handhaving in een onmogelijke situatie. Je moet dit soort uitvoeringsorganisaties echt proberen te beschermen tegen onduidelijke opdrachten die een gevolg zijn van het feit dat de politiek te laf is geweest om keuzes te maken.”

De politiek is te laf geweest om keuzes te maken.

Hans Vijlbrief (staatssecretaris van Financiën)

Webmodule enige instrument

Toch ziet Vijlbrief de webmodule als dé oplossing om zzp’ers van werknemers te onderscheiden. “Ik heb hier toch de meeste hoop op de webmodule. Omdat die webmodule uiteindelijk het enige instrument is dat we in handen hebben en dat een nieuw kabinet – in potentie – zou kunnen gaan gebruiken om te handhaven. Ik zeg daar wel bij dat handhaven alleen maar lukt als je de groep waarop je gaat handhaven ook hanteerbaar maakt.” Volgens Vijlbrief is het een kwestie van ‘pure logica’ dat het belang van handhaving afneemt wanneer de verschillen in fiscale en sociale zekerheid tussen werknemer en zelfstandigen kleiner worden. Daar zou eerst iets aan gedaan moeten worden volgens de staatssecretaris. “Dat betekent dat we een aantal prikkels die in het systeem zitten om zelfstandige te worden – terwijl je eigenlijk werknemer bent – moeten gaan afbouwen. Daarna kan je,  met de webmodule,  gaan handhaven. Ik denk dat dat de enige weg is.”

PZO: nieuwe criteria nodig

Margreet Drijvers, directeur van PZO, ziet dat nog niet gebeuren. “Ik vraag me af hoe je de webmodule kunt gaan gebruiken als handhavingsinstrument. Deze wordt anoniem op vrijwillige basis ingevuld en de uitkomst heeft geen juridische status.”

Drijvers onderschrijft dat het ontbreekt aan politieke lef om besluiten te nemen. En juist dat is volgens haar nodig om de vicieuze cirkel te doorbreken. “Vijlbrief wil verder met de webmodule die weer gebouwd is op bestaande wetgeving en criteria. We moeten naar nieuwe criteria. We praten nu al tien jaar over het moderniseren van de gezagscriteria. Dat moet nu eindelijk eens gebeuren.”

We praten nu al tien jaar over het moderniseren van de gezagscriteria.
Margreet Drijvers, directeur van PZO

I-ZO Nederland: ‘zwaktebod’

Ook Josien van Breda, voorzitter van  I-ZO Nederland is kritisch. Zij noemt invoering van de webmodule met als argument dat dit het enige instrument is dat voorhanden is, een ‘zwaktebod’. “Vijlbrief noemt de webmodule het enige instrument dat ze hebben. Maar als het niet werkt, waarom zou je het dan gebruiken?”

I-ZO Nederland zegt nog steeds in gesprek te zijn met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om de webmodule ‘op een niveau te krijgen dat die ook echt werkt’. Het komen tot een heldere scheidslijn tussen wanneer je wel of niet buiten dienstbetrekking mag werken, noemt Van Breda ‘ongelooflijk complex’.”

Als iets niet werkt, waarom zou je het dan gebruiken?
Josien van Breda, voorzitter van  I-ZO Nederland

Overgangsperiode

Zij vindt het wel goed dat Vijlbrief benoemt dat handhaving pas aan de orde komt, wanneer een aantal ongewenste prikkels uit het systeem verdwenen zijn. Van Breda onderstreept dat I-ZO in beginsel positief staat tegenover handhaving. “Sommige van onze leden hebben last van ‘kwaadwillende’ intermediairs, die zzp’ers overduidelijk binnen dienstbetrekking laten werken. Wij krijgen van de Belastingdienst te horen dat er nu geen handhavingscapaciteit is.”

Dat er veel onduidelijkheid en onzekerheid is merken de leden van I-ZO dagelijks door de vele vragen uit de markt, stelt Van Breda, die pleit voor helderheid. “Het handhavingsmoratorium heeft zijn sporen nagelaten, in de ene sector meer dan in de andere. Wij realiseren ons terdege dat er dingen moeten veranderen, maar doe dat alsjeblieft op basis van helder beleid en duidelijke overgangsregels. De zelfstandigen zijn er, ze doen veel en belangrijk werk, je kunt ze dus niet zomaar weggummen van de arbeidsmarkt. Wat je niet wilt is vraaguitval of nog complexere juridische constructies. Wij hebben  behoefte aan een overgangsperiode en daarna pas handhaven. Bij voorkeur op basis van nieuwe regels en niet op basis van een webmodule die is gebaseerd op oude rechtspraak.”

Bovib: tussenkomst ontbreekt

“Ik zie zomaar gebeuren dat de pilot doorontwikkeld wordt tot een instrument dat inderdaad toegepast gaat worden voor handhaving”, zegt Bovib-voorzitter Frederieke Schmidt Crans. “Dat is een zorgelijke ontwikkeling, want er zijn nogal wat mitsen en maren, bijvoorbeeld in hoe de punten zijn opgebouwd en hoe zwaar bepaalde elementen wegen. Er moet evenwicht zijn tussen indicatie en contra-indicatie, dan pas krijg je een gebalanceerd beeld.”

Wat voor de Bovib natuurlijk een nog veel groter bezwaar is, is dat het onderdeel tussenkomst helemaal niet in de webmodule zit. “De huidige webmodule is niet toepasbaar op tussenkomstsituaties, waarbij je te maken hebt met drie partijen die een rol hebben bij de inhuur. Dat is voor ons een voorwaarde om het te gebruiken.”

Toch ziet Schmidt Crans in de praktijk dat de webmodule ook voor tussenkomstsituaties wordt gebruikt, bijvoorbeeld door de gemeente Amsterdam. “Op het moment dat dan een oordeel gegeven wordt – bijvoorbeeld dienstbetrekking – dan heeft dat grote gevolgen voor de intermediair. Dat oordeel geldt dan namelijk niet alleen voor de situatie op dat moment, maar ook de voorgeschiedenis telt dan mee. Middelen gebruiken die daar niet voor bedoeld zijn, is dus gevaarlijk.”

De Bovib is nog steeds in gesprek met het ministerie (SZW) over de tussenkomstvariant, maar die gesprekken verlopen naar eigen zeggen moeizaam ondanks dat de concrete suggesties op tafel liggen.

De brancheorganisatie heeft de webmodule overigens nooit echt omarmt, geeft Schmidt Crans toe. “Als het er komt, zullen we wel moeten. Maar nu worden vragen gesteld over elementen in een opdracht terwijl het kader ontbreekt. Voordat je in detail op middelen stuurt, moet de fundamentele discussie over de positie van de zpp’er gevoerd worden. Die visie ontbreekt nog steeds.”

Middelen gebruiken die daar niet voor bedoeld zijn, is gevaarlijk.
Frederieke Schmidt Crans, voorzitter Bovib

Lees ook: Bovib-voorzitter: ‘Politici, beleidsmakers, wanneer gaan we echt in gesprek?’

Politiek aan zet

De pilot met de webmodule is overigens bijna afgerond. Deze zomer zullen ambtenaren gebruiken om de uitkomsten en de feedback van gebruikers op een rij te zetten. Na die evaluatie is de politiek weer aan zet.

Ondertussen loopt het handhavingsmoratorium van de Wet DBA door tot 1 oktober a.s. Over wat er daarna moet gebeuren zegt Vijlbrief : “Ik denk eerlijk gezegd dat het reëel is om te denken dat we dat aan een volgend kabinet zullen laten.“
Wordt vervolgd..

Lees ook: Branchevereniging voor intermediairs en brokers test webmodule en komt met advies

Eén reactie op dit bericht

  1. Handhaving moet mijns inziens kwalitatief zijn op basis van ‘het goede gesprek’. Waarbij de Belastingdienst ook coachend kan optreden. Bijvoorbeeld door aan een zzp’er in grijs gebied te adviseren hoe hij/zij de bedrijfsvoering kan aanpassen om wel in het groen te zitten. Of de vraag stellen of ondernemerschap wel bij je past en of het vrijwillig is. Het moet niet gericht zijn om mensen te ‘pakken’ maar te helpen. Het gevoel dat veel zzp’ers hebben is dat de overheid gericht is op pakken omdat ze gewoon op zoek is naar geld.

    Ikzelf ben nu 14 jaar zzp en misschien zou je de eerste paar jaren ook als grijs gebied of loondienst kunnen kwalificeren. Je komt vanuit een vaste baan en bent je onderneming aan het vormen en gedraagt je misschien nog iets teveel als werknemer. Je moet mensen dus ook de kans geven om hier in te groeien. Dit geldt ook in de pensioendiscussie. De eerste paar jaren wil je vooral geld op de bank hebben en vet op de botten. Pas als dat er is en je hebt continuiteit gewaarborgd, ga je kijken naar pensioen.

    Dat kwalitatieve gesprek en coaching kan je natuurlijk niet doen op 1 miljoen mensen. In die zin zie ik de webmodule niet als handhavingsinstrument maar als filter.

    Als de Belastingdienst de ‘handhaving’ (ik zou een ander woord kiezen) beperkt tot groepen waar misbruik *kan* plaatsvinden dan kun je gericht gesprekken voeren met zzp’ers in een sector waar misbruik veel voorkomt, waar tarieven erg laag zijn, en met mensen die negatief uit de bus komen in de webmodule. Een score in de webmodule die niet wijst op ondernemerschap is dan niet een oordeel maar slechts het vertrekpunt voor kwalitatieve handhaving.

    PS
    In de oude wereld (voor het internet) had je nog de Kamer van Koophandel waar je fysiek langs moest en een intake gesprek kreeg (of je nu wilde of niet) met een voorlichter die van alles vertelde over ondernemen, fiscale zaken en pensioen en ook als ‘huisarts’ een wegwijsfunctie had naar marktpartijen die de ondernemer in de dop verder kon helpen. Die voorlichtingsfunctie was zo gek nog niet!