"Exploring the future of work & the freelance economy"

“We moeten weg van het pleisters plakken en op zoek gaan naar antwoorden op fundamentele vragen”

In een serie zomerinterviews kijken we met een pluriforme groep deskundigen naar ‘de Toekomst van Werk’. In deze bijdrage constateert arbeidssocioloog Fabian Dekker dat we behoefte hebben aan (veel) meer visie: “Mensen moeten denken vanuit een breder perspectief: Over tien jaar willen we deze samenleving zien.”

Of het nu om de CEO van een grote onderneming of de leider van een politieke partij gaat, we hebben vooral mensen met visie nodig, vindt arbeidssocioloog Fabian Dekker. Mensen die over de kortetermijnbelangen heen kijken en een werkelijke bijdrage willen leveren aan innovatie.

Dekker: “Als we naar het bedrijfsleven kijken, dan moeten we van het denken in aandeelhouderswaarde terug naar het Rijnlandse model. Dat denken over ondernemen en maatschappelijke verantwoordelijkheid is de laatste jaren veel belangrijker geworden. Consumenten vragen er ook om. Uit onderzoek blijkt dat driekwart van de wereldbevolking zegt dat ze meer verwachten van bedrijven dan alleen het genereren van aandeelhouderswaarde. Ook als je vanuit thema’s als digitalisering en de energietransitie kijkt naar de toekomst van werk, dan is sociale innovatie heel urgent. Bedrijven moeten echt een slag gaan maken.


Deze zomer interviewen we 10 experts. Over de toekomst van werk het debat over de arbeidsmarkt in de politiek en polder. Lees de interviews met Fabian Dekker (SEOR), Jovana Karanovic (EUR), Zakaria Boufangacha (FNV), Maudie Derks (Tulpenfonds), Anne Megens (AWVN), Damian Boeselager (Volt), Martin Visser (Telegraaf), Erik Stam (UU), Ingrid Thijssen (VNO-NCW) en Henk Wesselo terug in dit overzicht.


Onbenut potentieel

Denk maar aan begrippen als duurzame inzetbaarheid en alle mensen die aan de kant staan. Wij hebben laatst een peiling gedaan onder havenwerkgevers in Rotterdam. 70 Procent heeft te maken met moeilijk vervulbare vacatures. Tegelijk zitten er in Rotterdam 60.000 mensen in de WW en de bijstand. Dat is een enorm onbenut potentieel. Stel dat de helft van die groep over skills en vaardigheden beschikt waar die werkgevers wat aan hebben. Kunnen we hen dan op basis van hun competenties geen werkervaringsplaatsen geven om een stuk mismatch op de arbeidsmarkt te tackelen?

Hoe het ook kan zie je bij een bedrijf als Philips dat al vanaf de jaren 80 van de vorige eeuw mensen met afstand tot de arbeidsmarkt werkervaringsplekken van een jaar of langer heeft aangeboden. Ze hebben zo meer dan 13.000 mensen aan werk geholpen. Zulke initiatieven zouden veel meer navolging kunnen krijgen. Daar ligt een uitdaging in de richting van de koepels van werkgevers: Neem de maatschappelijke handschoen op in de richting van het onbenutte potentieel.

Bedrijven moeten breder gaan kijken dan alleen het eigen personeel. Vanuit diezelfde gedachte moeten ze ook anders gaan kijken naar flex. Ook scholing van flexwerkers is bijvoorbeeld een issue. Het gaat om zaken als grip geven op werk, inkomenszekerheid en brede aandacht voor de loopbaanontwikkeling van alle werkenden.”

Politiek moet aan de bak

Deze issues speelden al voor de corona-crisis, maar het afgelopen jaar heeft wel een aantal problemen op de arbeidsmarkt aangetoond, bijvoorbeeld rondom de kwetsbaarheid van sommige groepen zelfstandigen. De politiek moet aan de bak, vindt Fabian Dekker: “Momenteel missen we bij veel partijen een duidelijke visie. Die visie zie je wel bij de uitersten in het politieke spectrum, maar verder heb je vrij veel technocratische politiek die denkt in regels en doelgroepen. Er worden talloze rapporten gepubliceerd, maar die leiden toch vooral tot besluiteloosheid.

Er worden talloze rapporten gepubliceerd, maar die leiden toch vooral tot besluiteloosheid

We hebben veel te veel overleggroepen. De polder is een groot goed hoor, maar ook een groot probleem. Iedereen zit vast in zijn eigen politieke dogma: Je bent voor flex of je bent tegen flex. Een goed voorbeeld van het feit dat het niet zo simpel ligt is het onderzoek van Cok Vrooman van het SCP naar de betekenis van een flexbaan voor mensen in Utrecht: Voor mensen die langdurig inactief zijn kan het een prachtige opstap zijn om weer werkervaring op te doen. Het kan dus zorgen voor duurzame participatie. Aan de andere kant zijn er mensen die niet zelf kiezen voor een flexbaan en er te lang in blijven hangen. In die gevallen is flex een nadeel.”

Een genuanceerde blik op het begrip flex is dus gewenst, vindt Dekker. In de oproep van de commissie Borstlap om het landschap tot drie rijbanen te reduceren kan hij zich vinden: “We hebben een enorme wildgroei aan flextermen. Het is mij nooit duidelijk geworden waarom we zoveel contractvarianten en uitzendvarianten moeten  hebben. Ik heb nooit steekhoudende argumenten gehoord waarom je bijvoorbeeld nog een 0-urencontract nodig hebt. Je ziet nu een tegenbeweging ontstaan die vindt dat flex moet worden teruggebracht tot een meer overzichtelijk speelveld en dat vind ik een goede ontwikkeling.

Weg van het pleisters plakken

Maar onder al die concrete ideeën moet een echte visie liggen en die ontbreekt te vaak. Er zijn te weinig mensen die denken vanuit een breder perspectief:  Over tien jaar willen we deze samenleving zien. We moeten weg van het pleisters plakken. Daar zijn we heel goed in: Pleisters plakken, cherry picking uit de rapporten die worden opgeleverd, denken in uitzonderingen … Maar de fundamentele vragen worden te weinig beantwoord: Waar heb je als burger recht op? Moet er recht zijn op werk voor iedereen? Moet er recht zijn op inkomen voor iedereen?”

Als we de juiste vragen centraal stellen, kunnen we de wereld ook simpeler maken, in plaats van steeds complexer, vervolgt Dekker: “Waarom koppelen we bijvoorbeeld de sociale zekerheden niet aan personen, net als de AOW, en trekken we de contractvorm uit de discussies? Dat zijn geen dingen die je binnen vijf jaar regelt. Het gaat om systemische wijzigingen. Neem er de tijd voor, net als bij het hervormen van de regelgeving rondom de hypotheekrenteaftrek. Zorg dat je over tien tot jaar een geheel nieuw systeem van de grond hebt gekregen.”

Leerrekening

Vanuit zo’n visie kunnen ook stevige initiatieven worden genomen. Fabian Dekker geeft een voorbeeld: “We zitten in een wereld die digitaliseert en waarin we steeds nieuwe skills nodig hebben. Waarom zou je niet iedereen vanaf de geboorte een leerrekening geven? Iedereen krijgt dus een groot bedrag tot zijn beschikking om te leren. Daarmee ga je eerst het primair onderwijs betalen, vervolgens het middelbaar onderwijs en zo door. Je bedenkt uiteindelijk zelf waaraan je het geld besteedt, wanneer je je wilt bijscholen, et cetera.

We zullen het bij die veranderingen voor een groot deel moeten hebben van nieuwe generaties met nieuwe inzichten. Dat is een kwestie van tijd, kijk ook maar naar de klimaatbeweging die sterk door jongere generaties wordt gedragen. Voor mij is het glas halfvol hoor: Iedere generatie zet sedimenten af naar de volgende generatie, en je ziet al wel degelijk dingen veranderen.”

We zullen het bij die veranderingen voor een groot deel moeten hebben van nieuwe generaties met nieuwe inzichten

Ook als het gaat om de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en ‘the Future of Work’ is het glas voor Fabian Dekker halfvol. Hij vertelt: “Ik zat in de promotiecommissie van iemand die gepromoveerd is op de impact van technologische ontwikkelingen op baanverlies. Die impact blijkt in Nederland minimaal te zijn. Natuurlijk verandert de inhoud van werk, maar tech brengt heel veel nieuw werk met zich mee.”

Veranderen in co-creatie

Ook hier heeft de werkgever wel een rol als het gaat om de mate waarin werknemers met negatieve effecten van de veranderingen te maken krijgen,  vervolgt Dekker: “Ik pleit ervoor om de veranderingen in co-creatie met de werknemers in te voeren. Bedrijven zouden vanaf het begin moeten zeggen: We gaan niet over tot overhaaste aanschaf van nieuwe technologie, maar we gaan in gesprek met de mensen die ermee gaan werken. Zo nemen ze hun personeel volledig mee in de ontwikkelingen. Vergelijk het maar met de zorg. In een ziekenhuis gaat een vraag eerst naar de chirurg: ‘Is dit de juiste technologie om mijn werk beter te doen?’ en ‘Wat heb ik nodig om ermee te kunnen werken?’

Op zich creëert de nieuwe technologie meer banen dan het vernietigt, maar werkgevers moeten wel actief werken aan het vitaal houden en behouden van personeel. Dat gaat om medezeggenschap, activerende HR en ook gericht beleid om mensen te ontzien die het niet gaan redden in de nieuwe omgeving.”

Peter Runhaar is van huis uit hoofdredacteur/uitgever/journalist in de vakmedia. In die rol ontwikkelde hij een groot aantal tijdschriften en was hij MT-lid bij diverse uitgeverijen. Peter heeft ruim twintig jaar ervaring als strategisch communicatieadviseur en conceptontwikkelaar van uiteenlopende mediaproducties. Inhoudelijke expertise ontwikkelde hij onder meer op terreinen rondom HRM, organisatieculturen en leiderschap. Hij publiceert over deze onderwerpen onder meer op ZiPconomy, in het Financieele Dagblad en diverse vakmedia en is auteur van ‘De kleine Semler’ (Business Contact 2017) en ‘HR TECH’ (Nubiz 2020). Bekijk alle berichten van Peter Runhaar