"Exploring the future of work & the freelance economy"

“Samen optrekken als werkgevers en werknemers wordt juist de komende jaren heel belangrijk”

In een serie zomerinterviews kijken we met een pluriforme groep deskundigen naar de Toekomst van Werk. In deze bijdrage gaat FNV-vicevoorzitter Zakaria Boufangacha in op de verplichte AOV, het recente SER-advies, op de vraag hoe de arbeidsmarkt er in 2030 uitziet en op de rol van de vakbeweging in die veranderende markt: “Ik hoop dat we vanuit dat nieuwe Rijnlandse Model als werkgevers en werknemers samen écht richting kunnen gaan geven aan alle uitdagingen waar we voor staan.”

Wat is voor de FNV eigenlijk het ideale landschap in termen van vast en flex?

Zakaria Boufangacha: “Als het werk structureel is, dan hoort daar een contract voor onbepaalde tijd bij. Waarom? Omdat je ziet dat mensen met een contract voor onbepaalde tijd meer zekerheid van werk en inkomen hebben. Het heeft bovendien een positieve invloed op het gesprek tussen werkgever en werknemer; beiden kunnen in goed overleg spreken over transities die invloed hebben op het werk, over uitdagingen rondom verdwijnende banen en over andere relevante onderwerpen. Werkgever en werknemer kunnen zo samen zorgen voor een goede invulling van werk.

Het grootste probleem met flex is dat die gesprekken in veel mindere mate plaatsvinden en dat er met een druk op de knop afscheid van mensen genomen kan worden. Vanwege die onzekerheid zeggen wij: de vaste baan zou de norm moeten zijn.”

Hoe reageer jij op mensen die zeggen dat de vakbeweging onvoldoende oog heeft voor de toegevoegde waarde van flex en zelfstandige professionals? Roos Wouters van de Werkvereniging verbaast zich bijvoorbeeld in een artikel op ZiPconomy over het feit dat links Nederland de zp’er niet omarmt. Volgens haar vertegenwoordigen zp’ers de idealen van de socialisten van weleer: zelfbestuur, economische bevrijding, et cetera. Ze besluit met een oproep aan links: zie het groeiend aantal zelfstandigen niet langer als probleem, maar vier het, want het is je eigen succes.

“Allereerst problematiseer ik absoluut niet de zelfstandige als zodanig. Het beeld dat wij als vakbond tegen de zelfstandige zijn wil ik graag wegnemen. De echte zelfstandigen omarmen wij. De blije, autonome ondernemer die een eerlijk tarief krijgt, over een goed vangnet beschikt en specifieke expertise inbrengt in een organisatie is absoluut een toegevoegde waarde voor de arbeidsmarkt. Wij vertegenwoordigen zelf 15.000 zp’ers via FNV Zelfstandigen en nog eens 20.000 mensen via andere aangesloten bonden en sectoren zoals de zorg en vervoer.

Het beeld dat wij als vakbond tegen de zelfstandige zijn wil ik graag wegnemen

Waar wij ons tegen afzetten zijn de situaties waar werkgevers misbruik maken van zzp-constructies. Waar mensen ontslagen worden en vervolgens alleen maar als zp’er mogen terugkomen. Daar ageren wij tegen. Wij ageren tegen de bedrijven die maaltijdbezorgers en horeca-afwassers inzetten als zelfstandigen terwijl ze dat in de praktijk absoluut niet zijn, of tegen de situatie in ziekenhuizen, waar zp’ers op structureel werk worden ingezet en exact hetzelfde doen als collega’s onder een cao maar niet de bescherming van de cao genieten en ook geen sociale zekerheid opbouwen.

Erodering

Veel werkgevers hebben zelfstandig werk ingeruild voor een zp-constructie. Dat leidt tot erodering van de cao, van de pensioenen en tot schijnopdrachtgeverschap. De cao wordt uitgehold en de onderhandelingsmacht van de werkenden verzwakt. Dat is echt een vorm van ondermijning die je niet moet willen.”

Je noemde zojuist het belang van een goed vangnet. Hoe staan jullie tegenover een verplichte AOV?

“Linksom of rechtsom moet er een vangnet komen voor alle werkenden. Het is daarbij niet de bedoeling dat een zelfstandige die al weinig verdient zich ook nog uit eigen zak moet verzekeren. De kosten van een basispremie zouden verdisconteerd moeten worden in het uurtarief, zodat de zp’er hetzelfde blijft verdienen. Zo neemt de prijs van arbeid toe en ontstaat er meer een gelijk speelveld tussen ondernemingen, ongeacht de contractvorm die wordt gebruikt.”

SER-advies

Je bent actief betrokken geweest bij het SER-advies om bij de aanpak van schijnzelfstandigheid te focussen op uurtarieven onder de 35 euro. Wat zal de impact hiervan zijn?

“Dat voorstel heeft wel wat teweeg gebracht en tot behoorlijk wat reacties geleid bij de buitenwacht. In essentie gaat het erom dat zelfstandigen bij tarieven onder de 35 euro vaak geen sterke onderhandelingspositie hebben. Zit je onder dat tarief en ben je van mening dat je geen zelfstandige bent, dan geldt in ons advies een omgekeerde bewijslast: de opdrachtgever moet aantonen dat je geen zelfstandige bent. Het ‘werknemer tenzij’ principe wordt dus aangescherpt. Als werkende krijg je daarmee een sterkere positie.

Met het advies willen we niet zeggen dat iedereen onder de 35 euro geen zelfstandige mag zijn. Als je op 20 euro zit maar je voldoet aan de kwalificatie van zelfstandig ondernemen, dan is het prima.

Belangrijk is dat we in het advies hebben gezegd dat het nu zaak is dat de overheid gaat handhaven, want tot op heden doet de overheid dat niet of nauwelijks. En ga dan vooral handhaven op terreinen waar schijnzelfstandigheid schering en inslag is, zoals de horeca en de schoonmaak.

Schijnzelfstandigen

Wij hebben als vakbond al lang een signalerende rol, bijvoorbeeld rondom de Uber-chauffeurs en situaties in de distributiecentra. Wij konden aantoonbaar maken dat het daar om schijnzelfstandigen ging, maar de Belastingdienst vertikte het om het op te pakken. Wij hebben vanuit de FNV voldoende casussen waarmee ze direct aan de slag kunnen.”

Welke ontwikkelingen zie je als het om de rol van de vakbeweging in het hele sociale zekerheidsstelsel gaat? Onlangs ging Edward Belgraver in een column op ZiPconomy in op het Zweedse model, waar mensen een vrij lage werkloosheidsuitkering ontvangen die ze kunnen aanvullen door zich bij een vakbond aan te sluiten en zich via die bond additioneel te verzekeren. Achterliggend idee is dat vakbonden er belang bij hebben dat mensen gaan werken en hierin proactiever zullen zijn dan de meer reactieve overheid. Hoe kijk jij naar zo’n model? 

“Dat klinkt heel interessant. Wij vinden dat we als vakbond samen met de werkgevers veel meer een regierol moeten hebben bij het aan het werk houden van mensen. Dat Zweedse model zie ik als een directe link naar de rol van vakbonden om mensen van werk naar werk te ondersteunen en te zorgen dat mensen op kwalitatief goed werk kunnen rekenen.

Regierol

We hebben vanuit de FNV al wel een aanvullende WW ontwikkeld, maar die is uit nood geboren, omdat de WW was versoberd. Wij hebben gezegd dat we vanuit een stichting de WW gaan compenseren voor iedereen, niet alleen voor onze leden, want we vinden het belangrijk dat iedereen in de samenleving kan rekenen op een sterk sociaal vangnet.

Maar zo’n structurele oplossing als in Zweden zou heel interessant zijn. Wij hebben natuurlijk ook een uitdaging om onze organisatiegraad op peil te houden, niet zozeer vanwege het doel op zich om meer leden te hebben, maar omdat het belangrijk is dat een land een sterke vakbond heeft en dat de belangen van werkenden goed vertegenwoordigd zijn.”

Mag ik je vragen om eens een blik vooruit te werpen? Hoe ziet de arbeidsmarkt eruit in 2030?

“Haha, wie het weet mag het zeggen! Ik hoop in ieder geval dat we vanuit dat nieuwe Rijnlandse Model, zoals ook VNO-NCW nu aangeeft, als werkgevers en werknemers samen écht richting kunnen gaan geven aan alle uitdagingen waar we voor staan, of het nu de energietransitie is, de vergrijzing, of de inrichting van de arbeidsmarkt.

We zullen ons met name moeten inspannen om te zorgen dat de kloof tussen de groep die het prima doet en de groep die het zwaar heeft en dreigt af te haken niet groter gaat worden. De balans in de samenleving moet hersteld worden.

We moeten zorgen dat de kloof tussen de groep die het prima doet en de groep die het zwaar heeft niet groter gaat worden

Als we er samen voor zorgen dat werknemers beter worden beschermd, kunnen ze ook actief meedenken over al die transities. Neem bijvoorbeeld de distributiecentra waar werkzaamheden steeds meer worden geautomatiseerd. Je kunt als werkgever dan al het werk in uitzendcontracten gieten vanuit een sterfhuisconstructie, maar je kunt ook zeggen: we gaan samen met onze werknemers kijken hoe we de verandering kunnen vormgeven, hoe mensen kunnen worden omgeschoold naar nieuwe banen waarin ze aan de bak kunnen. Dat samen optrekken wordt de komende jaren misschien juist heel belangrijk.

Je hoort vaak dat millennials alles zelf willen doen, maar dat herkennen wij niet. Het vaste contract wordt vaak geframed als niet modern en niet meer van deze tijd, maar ik vind het niet van deze tijd dat mensen geen inspraak hebben over het organiseren van werk in hun onderneming. Misschien wordt het oude denken dat we het samen moeten doen juist wel het moderne denken.”

Peter Runhaar is van huis uit hoofdredacteur/uitgever/journalist in de vakmedia. In die rol ontwikkelde hij een groot aantal tijdschriften en was hij MT-lid bij diverse uitgeverijen. Peter heeft ruim twintig jaar ervaring als strategisch communicatieadviseur en conceptontwikkelaar van uiteenlopende mediaproducties. Inhoudelijke expertise ontwikkelde hij onder meer op terreinen rondom HRM, organisatieculturen en leiderschap. Hij publiceert over deze onderwerpen onder meer op ZiPconomy, in het Financieele Dagblad en diverse vakmedia en is auteur van ‘De kleine Semler’ (Business Contact 2017) en ‘HR TECH’ (Nubiz 2020). Bekijk alle berichten van Peter Runhaar

Eén reactie op dit bericht

  1. Geachte heer Boufangacha,

    Ik zou u naar aanleiding van uw zomerinterview een drietal vragen willen stellen.

    Te beginnen met een mooi gezegde: Iemand trouwt niet met de persoon van wie die scheidt. En je voorstel is dan om een stel waarbij hun grootste probleem communicatie is ze in de echt te laten verbinden (het vaste contract)? Denk je niet dat dit averechts werkt en kan leiden tot meer verzuim, werkloosheid, juridische conflicten en burn-outs?

    Je spreekt ook over de toegevoegde waarde van werkenden voor de arbeidsmarkt en tegelijkertijd worden zogeheten norm / standaard CAO’s afgesloten waarvan de werkgever niet mag afwijken, zelfs niet als dit een verbetering voor de werkende is. Kun je dan spreken over ‘genieten’ en ‘beschermend’?

    Als de toegevoegde waarde leidend zou zijn, dan werd ziekenhuispersoneel beter gewaardeerd (financieel). Dan zaten de meeste GGD medewerkers niet in uitzendconstructies en mag je aannemen dat werkenden in de zorg, maar ook het onderwijs langen blijven dan vluchten in werkvormen waarbij ze wel beter gewaardeerd worden zoals het ZZP-schap. Het gevolg aanpakken is mijn inziens pleisteren tot het echt barst, hoe zie jij de ontwikkeling van dit soort CAO’s?

    Fijn te horen dat je een gelijk speelveld en vangnet wilt voor alle werkenden. Ik nodig je graag uit voor een gesprek om verder te praten over het Zweedse model, maar nog meer over een praktische invulling van een betere en eerlijkere arbeidsmarkt. Een arbeidsmarkt waarin het vaste contract verdiend is en hoort bij structureel werk. Maar vooral eentje waarbij de werkende en de loopbaan centraal staan en niet de gouden kooi van de werkgever.

    Met vriendelijke groet,

    Edward Belgraver

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *