"Exploring the future of work & the freelance economy"
SLUIT MENU

Kabinet wil verplicht certificeringsstelsel uitzendbranche

Certificeringsplicht moet vanaf 2025 gaan gelden en gaat gelden voor alle bedrijven die onder de WAADI vallen.

Het kabinet wil een verplicht certificeringsstelsel voor uitzendbureaus gaan inrichten. Dat schrijft minister Karien van Gennip vandaag in een brief (zie hier) aan de Tweede Kamer.  Van Gennip wil zo misstanden tegengaan. “Te vaak nog worden arbeidsmigranten behandeld als tweederangsburger. Te veel uitzendbureaus zorgen niet goed voor hun personeel en laten ze slapen en werken in slechte omstandigheden. Dat is onacceptabel”, zo zegt de minister in een toelichting op de brief. “Mensen die hier komen werken, hebben recht op fatsoenlijke woon- en werkomstandigheden, net als u en ik. Daarom ben ik blij dat we de stap zetten naar een certificeringsstelsel voor uitzendbureaus. Dat verbetert de positie van arbeidsmigranten én zorgt voor een gelijk speelveld voor de uitzendsector.”

De minister wijst er op dat malafide bedrijven in de uitzendsector met het overtreden van regels financieel voordeel behalen: zij zijn goedkoper uit dan bedrijven die wel goed voor hun personeel zorgen.

Doel certificeringsstelsel

Het verplichte certificeringsstelsel dient volgens het  kabinet meerdere doelen. Allereerst wil het kabinet de positie van arbeidskrachten beter beschermen. “Het staat voorop dat een groep werkgevers goed omgaat met de arbeidskrachten in uitzendsituaties (onder wie arbeidsmigranten). Maar de kwalijke situaties, waarin te veel arbeidskrachten in uitzendsituaties verkeren, moeten zo snel mogelijk gestopt worden. Daarnaast wil het kabinet een gelijk speelveld voor uitzendbureaus waarborgen”, zo staat te lezen in een persbericht over de kamerbrief.  “Onder andere door ervoor te zorgen dat partijen die zich niet aan de regels houden van de markt worden geweerd.”

Eisen certificaat

Om in aanmerking te komen voor een certificaat moet een uitzendbureau laten zien dat het zich aan de regels houdt. Het normenkader zal in ieder geval bestaan uit de normen uit het bestaande SNA-normenkader. Daarnaast wil het kabinet een aantal aanvullende verplichtingen voor uitleners opnemen.

De aanvullende verplichtingen zijn:

  1. betaling van het juiste loon op grond van de loonverhoudingsnorm;
  2. een verklaring omtrent het gedrag (VOG);
  3. een bankgarantie (waarborgsom van € 100.000);
  4. het aanbieden van gecertificeerde huisvesting;
  5. het doorgeleiden van informatie over veiligheid op de werkplek; en
  6. controle op pensioenaansluiting.

Uitzendbureaus worden periodiek gecontroleerd. Als een uitzendbureau zijn certificaat verliest, mag het niet meer op de markt opereren.

Niet alleen voor uitzenders

Het kabinet stelt voor om de certificeringsplicht te laten gelden voor alle ondernemingen, die in Nederland aan terbeschikkingstelling van arbeid doen als bedoeld in de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi). Hieronder vallen ook uitleners die niet uitzenden, maar ‘uitlenen anders dan in het kader van beroep of bedrijf’. Op deze manier gaan bijvoorbeeld ook bedrijven die personeel ‘doorlenen’ onder de certificeringsplicht vallen. Contracting, het uitbesteden van werk, valt niet onder de Waadi.

Het kabinet schrijft dat werkgeversorganisaties hun zorgen geuit hebben over de voorgestelde reikwijdte. Daarmee zullen namelijk ook ondernemingen die in beperkte mate aan terbeschikkingstelling van arbeid doen, onder de certificeringsplicht vallen. “Het kabinet is zich hiervan bewust en zal daarvoor oog blijven houden. Desondanks kiest het voor deze reikwijdte.”

Het kabinet zegt dat het essentieel is dat de certificeringsplicht gaat gelden voor een grotere groep dan enkel uitzendbureaus. “Ten eerste om evidente ontwijkings- en ontduikingsmogelijkheden naar andere uitleenconstructies te voorkomen. Ten tweede sluit de voorgestelde reikwijdte het beste aan bij wat het uit- en inlenen van arbeidskrachten onderscheidt van reguliere werkgever- en werknemerrelaties, namelijk dat de arbeidskracht formeel in dienst is van de ene partij, maar werkt onder leiding en toezicht van een andere partij. Of de uitlener dat bedrijfsmatig doet (als uitzendbureau) of niet, is daarbij van secundaire relevantie: niet-bedrijfsmatig uitgeleende arbeidskrachten lopen immers niet wezenlijk andere risico’s dan hun bedrijfsmatig uitgeleende evenknieën.”

Een bredere reikwijdte maakt het toezicht op naleving eenvoudiger, stelt het kabinet. Met de voorgestelde reikwijdte neemt het kabinet het advies over van het ‘Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten’ (commissie Roemer) en het SER-MLT advies.

Het kabinet wil in overleg met sociale partners wel onderzoeken of en, zo ja, hoe in het wetsvoorstel een mogelijkheid kan worden opgenomen om (deel)segmenten van de markt uit te zonderen van de certificeringsplicht.

Samenwerking tussen overheid en sociale partners

Het kabinet heeft bij de uitwerking van het certificeringsstelsel nauw samengewerkt met sociale partners uit de Stichting van de Arbeid en de uitzendbranche. Het stelsel wordt publiek-privaat, waarbij sociale partners een rol krijgen in de uitvoering van het stelsel. De Nederlandse Arbeidsinspectie zal toezien op de naleving van de certificeringsplicht. Daarvoor wordt structureel €10,5 euro miljoen euro uitgetrokken. Op dit moment zijn er zo’n 15.000 uitzendbureaus in Nederland. De certificeringsplicht gaat naar verwachting vanaf 2025 gelden.

De NBBU vindt de verplichte certificering een goed plan (“we zijn helemaal klaar met malafide partijen die misbruik maken van werknemers”) maar wil wel dat die  certificering betaalbaar, effectief en handhaafbaar is.

De ZiPredactie plaatst hier interviews en eigen artikelen. Daarnaast persberichten, aankondigingen of (met toestemming) overgenomen artikelen. (contact: info[AT]zipconomy.nl) Bekijk alle berichten van ZiPredactie

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.