"Exploring the future of work & the freelance economy"
SLUIT MENU

Mythe 2: Het vaste arbeidscontract wil men niet

Als een argument voor de flexibilisering op de arbeidsmarkt wordt vaak gezegd dat “men ook geen vast contract meer wil”. Wat klopt er van deze mythe, en wie is dan ‘men’? Arbeidsjurist Joop der Weduwen licht het toe in deel 2 van deze blogserie.

De toenemende flexibilisering op de arbeidsmarkt lijkt een afzetting tegen de oude norm van het ‘vaste arbeidscontract’. De mythe daarbij is dat ‘men’ ook geen vast contract meer wil. De oude norm is vervangen door de nieuwe norm: flexibilisering (van de arbeidsmarkt).

Serie mythes over flexibele arbeidsmarkt ontkracht
In deze blogserie rekent arbeidsjurist Joop der Weduwen af met hardnekkige mythes over het werken in een steeds flexibeler arbeidsmarkt.
“Mijn definitie van een mythe is ‘een verhaal gebaseerd op hele en halve waarheden, dat een eigen leven is gaan leiden in de publieke opinie en debat’. De afgelopen jaren heb ik heel wat van deze mythes voorbij zien komen. Ze worden soms gebruikt om de werkelijkheid te simplificeren, soms om ontwikkelingen te duiden maar soms ook om de werkelijkheid te kleuren in een (politiek) gewenste richting, waarbij ook wel groepen van werkenden ‘weggezet’ worden.”
De mythes die ik belicht, schuren allemaal aan het juridische kader. De blogs gaan niet uitputtend in op alle juridische achtergronden (wet, regelgeving en jurisprudentie). Ze schetsen een algemeen beeld of tendens en proberen aan te geven wat er wel en niet klopt aan zo’n mythe.
Alvast een disclaimer: Bij alle mythes geldt: ze bevatten altijd een kern van waarheid, maar het is zelden de gehele waarheid! De context bij of rond de mythe is altijd goed om te bezien. Zoals de Hoge Raad dat aangeeft: je moet het ‘holistisch’ bekijken.”

Het ideaalbeeld van het vaste contract

Maar voor we daar dieper op ingaan, is het goed terug te kijken naar de oude norm: het vaste arbeidscontract. Het vaste arbeidscontract, vertaald in een contract voor onbepaalde tijd, was in vroegere tijden het ideaalbeeld waar de werkende naar zou moeten en willen streven. Dat was de ultieme vorm van zekerheid. Er zaten allerlei voordelen aan, waarbij de belangrijkste was een grote mate van (bestaans-) zekerheid.

Onderdeel daarvan was dat het lastiger en duurder werd voor een werkgevende om een werkende met een lang contract te ontslaan. Ook was er sprake van een met de duur van het contract meegroeiend recht bij ontslag (WW) en ook (vaak) pensioenrechten. Dit zijn, vaak onder invloed van afspraken tussen werkgevers en werknemers, ook nog eens in wetgeving vastgelegde rechten. Een vast arbeidscontract heeft ook andere maatschappelijke gevolgen. Bijvoorbeeld: het is makkelijker om daaraan woonrechten te ontlenen, zoals het krijgen van een huurcontract of een hypotheek.

Wie is ‘men’?

Om hier wat op in te zoomen is het goed om de stelling/mythe nader te bezien. Allereerst wie is die ‘men’ uit de titel? Daarbij wordt vaak gewezen naar de beide partijen die een rol spelen bij het al dan niet aangaan van een arbeidscontract. Met andere woorden de werkgevende en de werkende.

Vooral de werkgevenden hadden daarbij overtuigende argumenten om geen of niet te veel vaste arbeidscontracten te willen. Het vaste contract zou te duur zijn en ‘te vast’ en dus economisch gezien een risico. Door het vaste en inflexibele karakter, zou de arbeidsmarkt op slot raken, terwijl de grote veranderingen op de arbeidsmarkt juist om meer flexibiliteit zouden vragen. Daarbij wordt ook geregeld de concurrentiepositie van BV Nederland van stal gehaald. Arbeid moet goedkoop zijn om (internationaal) te kunnen concurreren. De oplossing: meer flex en ook meer zzp.

Minder zekerheid, meer flexibiliteit

Werkenden stonden soms daar faliekant tegenover, omdat met name de toename in flexcontracten hun nauwelijks zekerheid bood. Datzelfde geldt in feite voor de positie van zzp’er, maar deze werd niet meteen als negatief geduid. Dat ligt wat genuanceerd, maar de PR was, dat het zijn van zzp’er een kans was. Een vorm van ultieme vrijheid, met geen noodzaak tot binden aan één werkgever. Daarnaast kon er ook een intrinsieke drive zijn om als zelfstandige aan de slag te gaan, waarbij vaak (niet onbelangrijk) op korte termijn de verdiensten als zzp’er hoger zijn (lijken) dan als werknemer. Bijvoorbeeld door minder afdracht van allerlei lasten (met name premies werknemersverzekeringen en pensioen).

De vaak genoemde ‘fiscale voordelen’ blijken in de praktijk erg mee te vallen. Er zijn wel voordelen in de vorm van startersaftrek, zelfstandigenaftrek en winst- en kleine ondernemersvrijstellingen, maar daartegenover staan zaken als extra kosten voor pensioen, ondernemersrisico’s (beroeps- en bedrijf- aansprakelijkheidsverzekering) en persoonlijke risico’s (ziekte, langdurige arbeidsongeschiktheid, werkloosheid) et cetera. Die heb je vaak niet meteen in beeld.

Kortom zowel bij de werkgevenden als bij de werkenden waren er voldoende argumenten voor meer flexibiliteit. De arbeidsmarkt wordt immers vooral gestuurd door werkgevenden en werkenden. Maar klopt dit wel?

Rol van de wetgever

De wetgever (politiek) geeft aan slechts te volgen en lijkt dan in eerste instantie niet in beeld. Kijken we echter nauwer, zoals ook in de vorige blog is aangegeven, dan zien we verschillende wetgevende initiatieven op het terrein van het arbeidsrecht. Daaruit kun je concluderen dat de wetgever (lees de politiek) sterk de flexibilisering heeft aangejaagd vanaf eind 20e eeuw tot nu toe. Dat blijkt uit steeds kortere uitkeringsrechten, verschuiven van uitkeringslast van overheid naar werk gevende, vergemakkelijken (sneller en goedkoper) van de ontslagmogelijkheden en het stimuleren van flexibele contracten door de duur en aantal van de flexibele contracten uit te breiden. Verder ook het afschaffen van de specifieke regulering voor wie zzp’er was (VAR) en de verschuiving van de handhaving op het terrein van de afbakening tussen werknemer en zzp’er van de werknemersverzekeringen naar de belastingheffing, met uiteindelijk het volledig achterwege blijven van handhaving.

Liberalisering van de arbeidsmarkt

Vriendelijk gezegd, zou je de wetgeving vanaf het einde van de vorige eeuw een vorm van liberalisering van de arbeidsmarkt kunnen noemen. Van vast naar steeds meer flexibel en ook zzp. Zodanige liberalisering, dat daarbij de handhaving op de grens tussen werknemer en zelfstandige steeds verder uit beeld is verdwenen.

Kortom de ‘men’ uit de stelling is niet louter beperkt tot de werkgevenden en werkenden, maar ziet ook, en in mijn ogen vooral, op de wetgever zelf. De wetgever kan zich wel (gedeeltelijk) verschuilen achter de werkgevenden en werkenden, maar heeft vooral bewust aangestuurd op het ‘uitkleden’ qua rechten en bescherming in en via het arbeidsrecht van het vaste arbeidscontract en het volledig ontmantelen van de regelgeving en vooral handhaving op het terrein van de afbakening tussen werknemers en zelfstandigen.


Lees ook in deze serie:

Mr. drs. Joop (A.M.) der Weduwen is juridisch adviseur en auteur van het boek ‘Vogelvrij verklaard. Het arbeidsrecht van de zzp-er. Hoe en waarom de freelancer verdwijnt.’ Met zijn bedrijf Juridisch Eerste Hulp Bij Ondernemen helpt hij ondernemers, met praktisch juridisch advies. Hij houdt van een heldere structuur om in samen te werken en gunt dat iedereen. Geen ‘gedoe’, maar weten waar je aan toe bent. Vooral voor freelancers en hun opdrachtgevers een uitdaging. Hij heeft in zijn hele carrière te maken gehad met beoordeling van arbeidsrelaties. Startend in de jaren ’80 met beoordelen en procederen daarover. Hierna in de jaren ’90 heeft hij aan de wieg gestaan van zelfstandigheids besluiten en is hij begin deze eeuw betrokken geweest bij de tot stand koming van de eerste versie van de Verklaring Arbeids Relatie. Nu schrijft en blogt hij over dit onderwerp en geeft geregeld presentaties hierover. Bekijk alle berichten van Joop der Weduwen