SLUIT MENU

Adviescommissie kritisch over Europese ontwerprichtlijn platformwerk

Een belangrijk Europees comité is kritisch op de Europese ontwerprichtlijn voor platformwerk. De adviescommissie vreest dat de richtlijn geen recht doet aan snelle ontwikkelingen in de digitale markt en criteria te snel achterhaald raken.

De Europese richtlijn om platformwerk te reguleren doet geen recht aan de snelle, dynamische ontwikkelingen in de digitale markt. Ook maakt de Europese Commissie met dit voorstel te veel onderscheid tussen verschillende type werkenden.

Dat staat in een advies van Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC). Een minderheid van het comité vindt verder dat het ‘rechtsvermoeden van werknemerschap’ voor platformen een te grote belemmering is voor ondernemerschap.

Ontwerprichtlijn voor platformwerk

De Europese Commissie wil platformwerkers beschermen met een speciale richtlijn. Daarin staat dat mensen die werken via apps zoals Uber en Deliveroo, automatisch dezelfde rechten krijgen als werkenden in loondienst. Dat geldt ongeacht wat in hun contract staat. Lidstaten moeten zorgen dat deze platformwerkers recht hebben op zaken zoals ontslagbescherming, sociale zekerheid en minimumloon.

Ook moeten platformen meer inzicht geven in de manier waarop hun algoritme de taken verdeelt, beoordelingen geeft en beloningen toekent. Als de richtlijn wordt aangenomen, moeten de lidstaten die binnen twee jaar omzetten in hun eigen wetgeving.

Rechtsvermoeden van werknemerschap

De basis van deze richtlijn voor platformwerk is een zogenaamd rechtsvermoeden van werknemerschap. Als een arbeidsrelatie tussen platform en werkende aan twee van de vijf criteria voldoet, is een werkende in principe werknemer. Platformbedrijven die met echte zzp’ers werken moeten kunnen bewijzen dat er geen sprake is van een afhankelijkheidsrelatie. De bewijslast ligt bij het platform.

Ook minister Karien van Gennip (Sociale Zaken) wil met zo’n ‘rechtsvermoeden van werknemerschap’ aan de slag. Het is een belangrijke bouwsteen in haar plannen om schijnzelfstandigheid tegen te gaan.

Vrees EESC: continu bijwerken

Of dit rechtsvermoeden in de Europese richtlijn voor platformwerk komt, is nog maar de vraag. Het EESC is een belangrijk adviescomité voor de Europese Commissie waarin mensen uit allerlei organisaties in de maatschappij zijn vertegenwoordigd, zoals bedrijven, vakbonden en milieugroepen. Het comité onderschrijft de noodzaak om platformwerkers meer bescherming te geven, maar is ook flink kritisch over het plan.

Volgens het EESC doet de richtlijn ‘geen recht aan de dynamische en snelle ontwikkeling van de digitale markt’.

Volgens het EESC doet de richtlijn ‘geen recht aan de dynamische en snelle ontwikkeling van de digitale markt’. Definities zouden voortdurend bijgewerkt moeten worden ‘waardoor ze vaag en dubbelzinnig worden’.

Aansturing, controle en commerciële zeggenschap

Het comité ziet liever dat de criteria verdwijnen. Om onderscheid te maken tussen werknemers en zelfstandig ondernemers, adviseert de EESC puur te kijken naar aansturing en controle door het platform. Platformen die willen werken met zelfstandigen, moeten daarnaast aantonen dat zij ‘geen commerciële zeggenschap uitoefenen over de manier waarop platformwerkers hun diensten/arbeid inrichten, ook niet indirect of impliciet’.

Verder is het EESC kritisch op het feit op de richtlijn onderscheid maakt tussen platformen en ‘traditionele ondernemingen’. Het comité benadrukt dat er ook traditionele bedrijven zijn die algoritmes gebruiken om werk te organiseren. Het EESC adviseert daarom zowel met platformbedrijven als met traditionele organisaties te praten over betere arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden. Tegelijkertijd, niet apart. Het EESC staat achter het plan van de Europese Commissie om platformwerkers meer ruimte te geven voor collectieve onderhandelingen, maar vindt het een te grote beperking als dit alleen geldt als de omstandigheden voor platformwerkers verbeteren.

Voordelen van de platformeconomie

Tot slot benadrukt het EESC de voordelen van de platformeconomie:

“Bedrijven kunnen nieuwe markten aanboren, kosten verlagen en profiteren van innovaties in digitale technologieën en wereldwijde en lokale toegang tot arbeidskrachten om de efficiëntie te verbeteren en de productiviteit te verhogen. Werkenden krijgen nieuwe mogelijkheden om inkomen te genereren en werk te vinden, die steeds belangrijker en zelfs onmisbaar worden voor kwetsbare groepen, zoals jongeren, migranten en vrouwen. Deze kansen moeten op een sociaal duurzame manier worden aangegrepen.”

De richtlijn voor platformwerk mag deze voordelen niet beperken, vindt het EESC. Daarbij wil het comité  dat de Commissie meer rekening houdt met kleinere (lees: Europese) platformen. De richtlijn moet ook voor hen uitvoerbaar zijn, niet alleen voor de grote Amerikaanse techreuzen.

Minderheidsadvies: richtlijn belemmert ondernemerschap

Een belangrijke minderheid van het EESC is nog kritischer op de richtlijn. Zeker een kwart van de leden stemde voor een ‘tegenadvies’, dat ook gepubliceerd is. Daarin waarschuwt deze groep dat de richtlijn een te grote belemmering is voor echte ondernemers.

Voorstanders tegenadvies: Het belemmeren van ondernemersactiviteiten is in niemands belang.

“Het belemmeren van ondernemersactiviteiten is in niemands belang. Aangezien de meeste platformwerkers zichzelf als zelfstandige beschouwen en als zodanig willen worden beschouwd, zou het voorafgaande [red. een rechtsvermoeden van werknemerschap] in strijd zijn met de fundamentele rechten en vrijheden, zoals het recht om een beroep te kiezen, het recht om te werken en de vrijheid van ondernemerschap.”

In dit tegenadvies pleiten zij ervoor de reikwijdte van de richtlijn flink te beperken. Op die manier wil de groep de kwetsbare werkenden beschermen en tegelijkertijd ongewenste beperkingen voor anderen voorkomen. Dit advies is ook nog kritischer over de gevolgen van de richtlijn voor platformbedrijven. Er staat in dat de richtlijn onevenredig lastig is voor platformbedrijven, vooral start-ups en kleine platformen. De richtlijn zou innovatie in de EU belemmeren en Europese platformen zelfs een achterstand geven.

Vervolg: reageren en dan naar het Europees Parlement

Het tegenadvies kreeg geen meerderheid in het comité, maar kan wel gevolgen hebben voor de richtlijn. Het kan twijfelende leden van het Europees Parlement namelijk overtuigen tegen te stemmen.

Update, 8/9/2022: Er wordt nog volop onderhandeld over de richtlijn voor platformwerk. Er is nog geen meerderheid in het Europees Parlement en dat komt vooral door het rechtsvermoeden, schrijft het Europese nieuwsplatform Euractiv. Pas als het Europees Parlement en de Europese Raad instemmen, wordt de richtlijn van kracht.


Een eerder (10 augustus) op ZiPconomy gepubliceerd bericht over dit advies was gebaseerd op onvolledige informatie en is daarom ingetrokken.


De ZiPredactie plaatst hier interviews en eigen artikelen. Daarnaast persberichten, aankondigingen of (met toestemming) overgenomen artikelen. (contact: info[AT]zipconomy.nl) Bekijk alle berichten van ZiPredactie

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.