SLUIT MENU

Verplichte certificatie voor uitzendbureaus, wat betekent dat voor uitleners en opdrachtgevers?

De overheid wil de certificering van uitzendondernemingen verplichten per 1 januari 2025. Dat stond onlangs in een kabinetsvoorstel. Theo van Leeuwen, directeur van Bureau Cicero, legt uit wat daarvan de gevolgen zijn voor uitleners en opdrachtgevers.

Onlangs verscheen een persbericht van het Ministerie van Sociale Zaken en werkgelegenheid over verplichte certificering van uitzendondernemingen. Het streven is om een stelsel van verplichte certificering per 1 januari 2025 in te laten gaan.

De kern van het verplichte certificeringssysteem is:

  1. dat alle uitleners (ondernemingen of rechtspersonen die arbeidskrachten ter beschikking stellen) zich moeten laten certificeren als zij arbeidskrachten ter beschikking willen stellen; en
  2. dat alle ondernemingen of rechtspersonen die gebruik willen maken van ter beschikking gestelde arbeidskrachten uitsluitend mogen inlenen van gecertificeerde uitleners. Dit geldt dus ook voor doorleensituaties.

Het kabinetsvoorstel

Het kabinetsvoorstel, vastgelegd in een brief aan de Tweede Kamer, gaat uit van een brede reikwijdte. Het kan zowel gaan om uitleners die bedrijfsmatig of niet-bedrijfsmatig arbeidskrachten ter beschikking stellen. En het heeft zowel betrekking op in Nederland als in het buitenland gevestigde uitleners. Hierbij is de inzet om collegiale uitleen buiten de reikwijdte van het stelsel te houden, door dit begrip op basis van een nieuwe definitie duidelijk af te bakenen.

Ook van opdrachtgevers vraagt men meer: deze moeten zich ervan vergewissen dat alle uitleners in een keten aan de verplichte certificering voldoen.

Aanvullende verplichtingen voor uitleners

Het normenkader zal naar verwachting aansluiten op het bestaande SNA-normenkader (NEN-4400-1 en NEN-4400-2). Daarnaast stelt het kabinet voor om een aantal aanvullende verplichtingen voor uitleners op te nemen. De aanvullende verplichtingen zijn:

  1. betaling van het juiste loon op grond van de loonverhoudingsnorm;
  2. een verklaring omtrent het gedrag (VOG);
  3. een bankgarantie;
  4. het aanbieden van gecertificeerde huisvesting;
  5. het doorgeleiden van informatie over veiligheid op de werkplek; en
  6. controle op pensioenaansluiting.

Voorgestelde bankgarantie

De voorgestelde bankgarantie bedraagt € 100.000 euro. Voor startende ondernemingen wordt dit de eerste zes maanden verlaagd naar € 50.000 euro. Na zes maanden moet de bankgarantie verhoogd worden naar € 100.000 euro.

Voor bestaande uitleners stelt het kabinet een overgangsregeling voor. Uitleners die voor 1 januari 2025 tenminste vier jaar arbeidskrachten ter beschikking hebben gesteld kunnen vrijgesteld worden van de bankgarantie, indien:

  • zij in die vier jaar onafgebroken bij de Kamer van Koophandel ingeschreven zijn geweest met een WAADI registratie;
  • aantoonbaar arbeidskrachten ter beschikking hebben gesteld; en
  • middels een verklaring van de Belastingdienst kunnen aantonen dat zij hebben voldaan aan de verplichtingen tot het betalen van belastingen en sociale zekerheidspremies.

Certificeringsstelsel

In de voorbije tijd hebben SNA en verschillende overheidsorganisaties samengewerkt als private en publieke partners. Doel is om het nieuwe systeem ook op privaat/publieke leest te schoeien.

Hierbij wordt gedacht aan een privaat deel van het certificeringsstelsel dat zal bestaan uit een stichting en uit private inspectie-instellingen. Dat is vergelijkbaar met SNA, maar in de nieuwe situatie zal de inbreng van de overheid groter zijn. Zo zal de minister van SZW het normenkader beoordelen en goedkeuren. Ook wordt de minister verantwoordelijk voor het functioneren van het stelsel als geheel. Echter het toezicht op de naleving van de certificeringsplicht is bij de Nederlandse Arbeidsinspectie (Voorheen Inspectie SZW) ondergebracht.

Voorbereiden op de wijzigingen

Hoewel de uiteindelijke vormgeving van het stelsel en de norm op dit moment nog verder uitgewerkt moet worden, is het voor ondernemingen wel van belang om alvast stappen te zetten om voorbereid te zijn op de wijzigingen.

Veel ondernemingen zijn al gewend aan de huidige NEN-4400 certificering. Het ziet ernaar uit dat de nieuwe norm een uitbreiding zal betekenen van de huidige systematiek. Dit vooral op het vlak van “betaling van het juiste loon op grond van de loonverhoudingsnorm”.

Vastlegging van gegevens wordt ook steeds belangrijker in de uitzendsector en de graad van digitalisering is hoog. Het is van belang om die digitalisering zo aan te passen dat men kan voldoen aan toekomstige eisen van de nieuwe norm.

In aanvulling daarop kan het huidige PayOK-keurmerk een goed instrument zijn om de “betaling van het juiste loon” te toetsen en van daaruit ook stappen te ondernemen naar het voldoen aan een nieuwe norm.

Verandering is altijd moeilijk als een situatie nog niet helder is. Maar binnen die onduidelijkheid is het mogelijk om stappen te zetten.

Bureau Cicero is dé expert in de controle op verplichtingen uit arbeid. Wij ondersteunen bij uw risicobeheer en zijn uw gesprekspartner voor meerdere wetgevingen. Bekijk alle berichten van Bureau Cicero

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.